Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
wanneer het bijvoegelijke naamwoord niet een' van deze uit-
gangen heeft; b. v.:
bie ©raufamfeif, de wreedheid, bie jïlug^eit, de voorzichtig-
ble ga^igfeit, de bekwaamheid. heid.
De woorden, die uit twee of meer zelfstandige naamwoorden
zijn samengesteld, zijn zeer talrijk. De wijze van samen-
stelling is dezelfde als in het Nederlandsch.
OVER DE BIJVOEGELIJKE NAAMWOORDEN.
De bijvoegelijke naamwoorden zijn veranderlijk en moeten
met het daaropvolgend uitgedrukt of verzwegen zelfstandig
naamwoord in geslacht, getal en naamval overeenkomen.
Zij blijven even als in het Nederlandsch onveranderd wan.
neer zij niet voor de zelfstandige naamwoorden staan; ook
wanneer zij als bijwoorden gebruikt worden, ©te ?OIenfd)ett
jtnb (terblic^). De menschen zijn sterfelijk, gin mdb fan?
jenbeé ^Wabcfjen. Een wild dansend meisje.
De bijvoegelijke naamwoorden afgeleid van den eigennaam
eener stad en uitgaande op er ondergaan, even als in het
Nederlandsch, geene verandering: bie Êeipjiger ®}cffe, de
Leipziger mis.
De stoffelijke bijvoegelijke naamwoorden echter welke in het
Nederlandsch ook onveranderlijk zijn worden in het Hoogduitsch
verbogen: cine golbene U^r, een gouden horloge.
VERBUIGING DER BIJVOEGELIJKE NAAMWOORDEN.
De bijvoegelijke naamwoorden hebben drie verbuigingen:
1°. met het niet-bepalende lidwoord,
2°. met het bepalende lidwoord,
3°. zonder lidwoord.
1. VOORBEELDEN VAN VERBUIGING MET HET NIET-
BEPALENDE LIDWOORD,
Enkelvoud.
M a n n 61 ij k.
1. ein gut er 23afcr, een goede vader.
2. etneé guf C n 23a(erJS, eens goeden vaders of van eenen
goeden vader.