Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
boven de klinkers, a, O, U, au, zoo er die gevonden worden,
verzacht: bie geber, de pen; baé 3cberd)en, het pennetje. 2)er
iOIann, de man; baé SKanndjen, het mannetje, ©cr ^opf,
het hoofd; baê .Köpfchen, het hoofdje, ©ie ^ungfer, de juffer;
baé 3ün(jferd;en, het juffertje, ©er So()n, de zoon; baë ®of)nIein,
het zoontje, enz.
Bij de woorden waarvan het meervoud op cr uitgaat, voegt
men rfjen, zoowel in het meervoud als enkelvoud, b. v. baê
iïinbdïen, bie jfinbcrchen, baê fiammdjen, bie Samraerchen, de
lammetjes, enz.; doch men kan ook zeggen bie jïinbd;en, enz.
De slotklinker van een zelfstandig naamwoord, waarvan men
een verkleiiiwoord wil maken, wordt weggelaten, als in: baê
©löcfchen of ©lócflein, het klokje, van bte ®(ocfc, de klok.
Wanneer het wortelwoord met eene d) eindigt, dan voegt
men den uitgang cld;en er bij voor het verkleinwoord, als :
baê Buch, het boek; baê Bucfeeldjen, het boekje.
Voor het overige houde men in het oog, dat het gebruik
der verkleinwoorden op verre na niet zoo algemeen is in het
Hoogduitsch als bij ons.
c. Om een vrouwelijk zelfstandig naamwoord van een man-
nelijk te vormen, voegt men bij het laatste den uitgang in,
en men verzacht tevens de klinkletters a, o, u en au.
ber jfaifcr, de keizer; bic 5ïaifcrin, de keizerin,
bcr jïönig, de koning; bie Jïónigin, de koningin,
bet ©djafcr, de herder; bic ©d;aferin, de herderin,
ber de kleermaker; bie ©chncibcriu, de kleerma-
kersvrouw.
bet gudjê, de vos; bic 5'üd)fin, het wijfje van den
vos.
bet ®olf, de wolf; bic ?S3Ölfin, de wolvin,
bet granjofe, de l'ranschman; bie granjöftU/ de Eransche
vrouw.
bet ©ad)fc, de Saks; bic ©achfiu, de Saksische
vrouw.
ber 3ube, de jood; bie de jodin.
d. Met de uitgangen ^dti fei(, vormt men zelfstandige
naamwoorden van bijvoegelijke; feif, wanneer de bijvoegelijke
naamwoorden uitgaan op bat, er, ig, lid;, en fam; maar heit.