Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
fdjäblld)cn ©djnccfiit 15; bU
Sperlinge 16, SJeifcn 17 unb
6d)n)alben 18 ücrje^rcn eine
gro§e 5)fengcn ber fd^äblic^ifen
Siaupcn 19, 3nfefte 7 uub 5Bür?
me 2.0. Saé gleifd), bie @eier 21
unb bflö gett bcr ©anfc 22,
(Enten 13 uub .^u^nc 23 gc?
ben ?Oienfd^ ju feiner
ïï}af)rung; bic gcber 21. jum
-2luöt^opf«n bcr Letten 25 , jum
©c^ircibcn, ju (3) ^^fcilcn 26
unb jum (3) ^pu§c27.
17. sSfcifc, f. 20.2Burm, m.
18. ed)i»albc,f. 21. gl, 11.
19. aiaupc, f. 22. @aué, f.
delijke slakken; demusschen,
meezeil en zwaluwen vertereu
eene groote menigte der scha-
delijkste rupsen, insecten en
wormen. Het vleeseh, de
eieren en het vet der ganzen
eenden en hoenders gebruikt
de mensch tot zijn voedsel;
de vederen tot het opvullen
der bedden, tot schrijven, tot
pijlen en tot den opschik.
23. .^u^n, n.
24. gcbcr, f.
25. S5ett, n.
26. opfeil, m.
27.'Puft, m.
18.
Sic Sogcl nehmen ju (3) bcm
Saul bcr ÏRc(tcr2: Steigen 3
2SurjcI 4, .^eu 5, gtroi) 6, ge?
bern 7, .^aareS, aBoüc, gcf^m
unb anberc 6ad)en 9. «Einige
'ïïogcl mad^en baé iïle(laaf(3)
ber grbc 10, ivic ber @d)nep?
fcll,'trappenl2unbÄiebiecl33
anbere in (3) bcn Sédjer 14 ber
3)iaucr 15, in (3) bic Spalten 16
bcr Söergc 17 unb in (3) ()o[)[cn
Jgaumen 18, mie bic Spcc(>ten 19,
.^e^cr 20, Sollen 21, 5Bicbe?
^opfen 22 unb ©pcrlhigen 23.
'rc[)r ülclc, bcfonbcró unter ben
1.^au, m. 7. gcber, f.
2. DJc(ï, n. 8. J^aar, n.
3. 3metg, m. 9. gac^c, f.
4.2SurjeI, f. 10. (Erbe, f.
5. .^cu, n.
6. iStro^, n.
11. e^jncpfcX
12. Srappc, m.
De vogels nemen tot het
bouwen der nesten: takjes,
wortels, hooi, stroo, vederen,
haren , wol, leem en andere
zaken. Eenige vogels maken
het nest op den grond, als
de snippen, trapganzen en kie-
viten ; andere in de gaten der
muren, in de kloven der ber-
gen en holle boomen, gelijk
de spechten, meerkollen, kerk-
kraaien, hoppen en musschen.
Zeer vele, voornamelijk ouder
13. f iebi^, m. 19. eped;t, m.
14. foef), n. 20. .^e^er, m.
15. SKauer, f. 21.So^Ie, f.
16. (gpalte, f. 22.2Siebc^opf,m.
17.55erg, m. 23. gperling, m.
18. 53aum, m. 24. .^ufjn, n.