Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
11. Orkdje, m. 3.
12. fatten eine groge
?0?enge.
13. ©óttin, f. 3.
14. qsiib, 11. 4.
15. gjifcccur.
26. gag (ü), m. 2.
27. ecèafcr, m. 1.
28. ©c^afa-in, f. 3.
29. 9jaumftud;t(ü),
30. @lücf,n.2. [f.2.
31. 2raum(au),m.2.
eene groote menigte 12 goden en godinnen 13, helden en
beelden 14. Mercurius 15, de bode 16 der goden en de god der wel-
sprekendheid 17, der reizigers der kooplieden en der dieven,
wordt voorgesteld y^ met 20 een 21 staf 22 en met vleugels 23
aan 24 de schouders 25, de voeten 26 en aan 25 den hoed. Pales is
de godin der herders 27 en herderinnen 28; Mora de godin der
bloemen; Pomona de godin der boomvruchten 29; Fortuna de
godin van het geluk 30 en Morpheus de god der droomen 31.
9. Oc^é, m. 3. 16. Sof«, m. 3. 24. an, (3).
10. ©erlange, f. 3. 17.Screbfamfcit,f.3. 25. ©c^ultcr, f. 1.
18. ber 3leifenben.
19. rotrb toorgefïetïf.
20. mit (3).
21. einem.
22. ©tab (3), m. 2.
23. glügei, m 1.
45.
De olijfboom 1, wiens 2 takken 3 hij vele 4 volken 5 der
oudheid 6 zinnebeelden 7 van den vrede 8 waren 9, is een
boom van middelmatige grootte 10, met altijd' groene 11
bladeren 12, welke eenigszinsXZ naar\a de wilgenbladen 14
gelijken 15, en draagt langwerpig ronde 16 vruchten 17,
olijven 18 genoemd 19 , die op zijn, hoogst 20 de grootte van
een 21 duivenei 22 bereiken 23. De olijven worden 24 met 25
zout 26 en kruiderijen 27 ingemaakt, en dan gehmiht 28;
doch het grootste nut 29 verschaffen zij door 30 de olie 31,
1. Dclbaum (au), 11. mit (3) immer
grünen.
12. «Blaft, (tt) n. 4.
13. mld)t einiger?
magen.
14. 5Seibenblaff(a),
n. 4.
15. gleichen, (3).
16. trägt länglich
runbe.
17. §ruc^)f(ü), f.2.
18. Ollbc, f. 3.
2. beffen, [m. 2.
3. III- 2.
4. bel (3) Dielen.
5. SJolf (ö), n. 4.
6. Sllfert^um !(ü),
n. 4.
7. ©innbilb, n. 4.
8. grieben, m. 1.
9. »aren.
10. tjon mittlerer
©röge.
19. genannt.
20. bie ^ö^ftené.
21. elneé.
22. ïaubenet, n. 4.
23. erreichen.
24. merben...einge?
25. mit, (3). [mac^f.
26. ©alj, n. 2.
27. ©emürj, n. 2.
28. bcnn gcnoff'en.
29. boc^) bcn grog?
ten SRu^cn.