Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
ber Diicgel, de grendel,
baé jïrauf, het kruid,
baé Sab, het bad.
ber j?ru9, de kruik,
ber «palafl, het paleis,
baé .^emb, het hemd.
baé £)ad>, het dak.
ber J()urm, de toren,
bie ©abel, de vork.
baé het kasteel,
baé 2lmt, het ambt.
ber jfegel, de kegel.
baé ©rab, het graf.
ber ©raf, de graaf,
bcr gucfeé, de vos.
ber Saum, de boom.
bcr QSurm, de worm.
baé 23olf, het volk.
bcr gürfï, de vorst,
bcr Svclc^t^um, de rijkdom,
bie 5ruc^)t, de vrucht,
bie ©efïalt, de gedaante,
baé -^ul)«, het hoen.
baé het haar.
opsteixen teil verbeteiiing.
11.
Sie Sorfer (n.) beé 2anbcé.
Sic Scnfmalc bcr 2>olfcn. Saé
'5cl)(og liegt in (3) baé S:()al.
Sic ïffialbc, bie gelben unb bie
■öaufcr beé Sorfcé. Ste9?e(!cr
bcr 3lebt)u^ncr finbet man auf
(3) bcm gclb. Sic @cmad;c beé
^£cl)löffcé. Sic .^JÜ^»«
nief)r Sier alé bic 3ieb^)ü^ne.
Sic Slinbcr, bic iïalbc, bie
-pü^nc unb bie SSmnic mad?cn
bcn 9vcid)t^um biefer SJolfcr aué.
Sic Sammc {»abcn fcinc Jg)ornc.
Ser COïünn gab bie jvinber bic
jïlcibcr unb bcn SJciber bic
Sanbcr.
]3e dorpen des lands. De
gedenkteekenen der volken.
Het slot ligt in het dal. Ue
wouden, de velden en de hui-
zen des dorps. De nesten der
patrijzen vindt men op het
veld. De vertrekken van het
slot. De hoenders leggen meer
eieren dan de patrijzen. De
runderen, de kalveren, de hoen-
ders en de lammeren maken
den rijkdom dezer volken uit.
De lammeren hebben geene
hoornen. De man gaf de klee-
deren aan de kinderen en de
linten aan de vrouwen.
12.
5Sir fpredjcn üon (3) ben Senf?
maier bcr alten SJölfcr, tjon bcn
Scfeloffcr bcö l'anbci? unb Mn
bcn Stcic^t^um bcö Drfeö. Sie
Äalbe unb Sommer nähren ftc^)
\Yij spreken van de gedenk-
teekenen der oude volken, van
de kasteelen des lands en van
den rijkdom van het oord. De
kalveren en lammeren voeden