Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
voerlieden 14 en de schippers 15; maar zij hebben!^ aan de
vrouwen en aan de edellieden 17 geen kwaad gedaan 18. De vrouw
des timmermans 19 woont in 20 het dal, achter 21 het kasteel.
10. ücrfd^iebenc.
11. .^aupfmrtn,m.4.
12. ^abctt.... fc^r
gemi§()ant>clf.
13. befonbcré.
gcf^an.
19. Jittimermann,
m. 4.
20. ttjo^nt in, (3).
21. l)infcr, (3).
14. guhrraannm.4.
15. @ct)iffer, m. 1.
16. aber fte ^abcn.
17. €bc(mann,m.4.
18. nid)fé 5u geibe
37.
De kalveren, de hoenders en de eieren zijn tegenwoordig 1
zeer duur 2, uithoofde van 3 de krijgslieden 4, welke zich
in 5 het land bevinden 5. Eenige 6 voerlieden hebben van
daag aan verscheiden 7 kapiteins 8 gezegd 7, dat zij hun 9
de lammeren 10, die men begeerde 11, niet konden leveren 12,
om achttien redenen 13. Be eerste was 14, dat zij er geene
meer hadden 15, en dat er in hunne 16 dorpen geene meer
ioareii 16. „Tk ben met deze reden zoo tevreden 11," zeide
hun een 18 van de kapiteins, „dat ik u de zeventien andere
schenk
9. ba§ fïe i^nen.
10. Êamm (a), n. 4.
11. njelc^e man bv
ge{)rte.
12. nid;t liefern
fonnfen.
13. aué ad^tje^n
Urfad;en,
14. bie erjïe n>ar.
15. rceil fïe feine
^ätfen.
38.
De boomen 1 en de struiken 2 der heete 3 landen behou-
den 4 hunne 5 bladeren 6 het geheele 7 jaar door 8. De slechte 9
kruiden 10 groeien dikwijls over II de goede heen 12 en
1. Saum (au), m. 3. Reifen. 7. ganje.
2. 4. befalten. 8. ^inburd).
2. ©frauc^) (au), 5. i^re. 9. f4)led;ten.
m. 2. 6. SiMate (a), n. 4. 10. j?raut(a'u), n.4.
1. ftnb gegenwärtig,
2. fe^r fl;euer.
3. iDegcn, (2).
4. j?rtegémann.m.4.
5. tüeld;ein,(3)...
finb,
6. einige.
7. haben heute JU (3)
t>erfd)iebenen ...
gefagt.
8. .^auptmann,m.4.
16. meil eé in ihren
(3)... feine mehr
gäbe.
17. id) bin fo ju;
frieben mit bie;
fer Urfache.
18. fagteihneneiner.
19. ba§ ich «uch bie
anbern ftebjehn
fd;enfe.