Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
van het woord 20. Het huis in 21 het dal 22. Het kalf 23
eet 24 het gras van het veld.
22. (a), n. 4. 23. jjalb (a), n. 4. 24. igt.
32.
De dorpen der landen. De dakan van de huizen. De kal-
veren eten 1 het gras van de velden. De bladen van de boe-
ken. De wormen 2 hebben 3 lichamen 4. De kasteelen der
dorpen. De boeken van de kinderen. De eieren van de
hoenders. Hij spreeht van 5 het hout der bosschen, van
de randen der planken en van de geslachten der woorden.
De huizen en de kasteelen der edellieden liggen 6 in de dalen.
1. effen. 3. ^abcn. 5. er fprlc^t öon, (3).
2. SSurm, (ü) m. 4. 4. Seib, m. 4. 6. liegen.
33.
De boeken die ik gekocht heb 1, zijn zeer goed 2. Ik
heb heden 3 het grootste 4 dorp des lands gezien 5, waarin
zich vier 6 kasteelen en drie honderd 7 ixuizen bevinden 8.
De kasteelen zijn prachtig 9 en de huizen zeer schoon 10.
De mannen 11, de vrouwen 12 en de kinderen des dorps zijn
allen wel gekleed 13, en de kleeding 14 der vrouwen is zeer
zindelijk 15.
1. n)elc^)e id) gefauft 6. rcorin (tc^ toier. 12. 5Bei6, n. 4.
^abe. 7. brei ^unbert. 13. aüe gut geflei^
2. jtnb fe^r guf. 8. befïnbcn. bet.
3. id) ^abe ^eute. 9. prachtig. 14. jjleibung, f. 3.
4. grogfe. 10. fe^r fd)on. 15. fe^r reinlic^.
5. gefe^en. 11. ?E)ïann (ei), m. 4.
34.
Mijne lieve 1 Broeders! ik zend u 2, door mijne heide 3
kinderen, de boeken, de zakdoeken 4 en de linten die gij
gevraagd hebt 5. De linten zullen 6 den vrouwen des dorps
en de boeken den mannen voorzeker behagen 6. De kaarsen 7,
welhe gij mij gezonden hebt 8, zijn niet goed 9. Ik heb
1. meine lieben. 5. bie fj^jr begeert 8. roeldje mir
2. id; fc^)icfe €uc^). ^abf. gcfc^icft ^abet.
3. burc^) meine beiben. 6. merben____ge^ 9. fmb nic^jt gut.
4. @c^nupftuc^) (ü), roig gcfaüen. 10. id) l)abe (ie.
n. 4. 7. Êic^t, n. 2. 11. armen.