Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
509.
In de samenleving zegt men bijna altijd, plaats
van Sure, als: ^^re S^JCeflcnj, Uwe Excellentie.
Men zegt aan eenen persoon van zeer lioogen adel:
©nabigfter genadigste Heer.
©nabfgfïe grau, genadige vrouw.
Aan eene adellijke vrouw:
©nabtije grau, genadige Vrouw, Mevrouw,
©nablgeó gra'ulem, genadige freule.
Als men van eenen derden persoon spreekt, dan zegt men, b. v.:
©eine 0}ia;eftät ber Kaifer, êeine ®?a/e(iat bcr König of
wel ©eine Kalferltche ?Oiaje(ïat, ©eine Kóniglid;e ?Oi:a|e(ïat,
Zijne Keizerlijke, Zijne Koninklijke Majesteit.
©eine ©urchlaucht ber .^err -Cerjog, of wel ©eine .f)cr5og?
Uche ©urd}Iaud;t, Zijne Doorluchtige Hoogheid de Hertog,
©eine Syccllcnj ber .^err ©cfanbte. Zijne Excellentie de afgezant.
3hfe ?Oïa|cfïat bie Kaiferin, Hare Majesteit de Keizerin.
3hre Surd)laucl)t bie grau .^'O'jogin, Hare Hoogheid,
mevrouw de Hertogin, enz.
De uitdrukkingen van eerbied en onderwerping, en die ,
waardoor de sprekende of schrijvende persoon zijne gevoelens
uit, zijn de volgende:
Unterthanig, unterfhanigfi, aHeruntertha'nigfï, onderdanig,
onderdanigst, alleronderdanigst.
©chorfam, gchorfamfï, ganj gehorfamfl, treugehorfamfi,
atIergef)orfamfï, gehoorzaam, zeer gehoorzaam.
Srgeècn, ergebenfi, ganj ergeben, treuergeben|ï, genegen,
zeer genegen.
©cneigt, genegen, toegenegen.
©ienftmiaig, of bien(lbereltiüillig, bicnjiibllligfï of bienfibe?
reitrailligfï, dienstwillig, dienstvaardig.
SlUerunferthaniglt, of un(erthanig|ï, worden, wanneer men
met oppermachtige vorsten spreekt, gebruikt; unterthanigft,
untcrt^anig, en gchorfamfï, bezigt men jegens degenen, die
boven ons zijn; trcu gehorfamf!, jegens onze meesters, onze
ouders; gehorfamfï, gehorfam, ergebenfl, ergeben, jegens zijns
gelijken, bicn(iergcben|ï, btcn|lbcrei(njitlig(ï, en bienfiroiHig, jegens
die, welke beneden ons zijn. Men schrijft
Aan eenen keizer, binnen in den brief: