Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
507.
mijnheer de baron; .^err 3vafh, mijnheer de raadsheer,
mijnheer de raad; grau Siäthin, mevrouw; daar in dit geval
de mannelijke woorden eenen vrouwelijken uitgang krijgen.
Indien degene, met wien men spreekt, geenen titel heeft
dan zet men zijnen naam daarbij: .^crr -ffiolf, mijnheer Wolf.
grau Wolf, of Sliabame Wolf, mejufvrouw of Mevrouw Wolf.
Spreekt men met eenen vreemdeling, dien men niet kent,
zoo kan men hem niet anders dan mein .Oerr noemen; maar
men moet het bezittelijke voornaamwoord mein niet vergeten.
Dikwijls gebruiken de Hoogduitsehers in den briefstijl zekere
bijvoegsels, welke de waardigheid des persoons, aan wien men
schrijft, zoo wel als den eerbied en de genegenheid van den-
genen, die schrijft, uitdrukken. Het zijn vooreerst bijvoegsels,
die de voortreffelijkheid, de macht, de geboorte, de verdien-
ste, enz. aanduiden, als: burd;lauchti3, doorluchtig; machtig,
machtig; gnabig, genadig; geboren, geboren enz., waarbij men
om deze woorden nader te bepalen, naar het onderscheid des
stands, een van de straks volgende bijvoegelijke naamwoorden
en deze bijwoorden, met de volgende bijvoegsels vormt, die
in elke klasse, naar de graden van beleefdheid, die men in acht
nemen moet, gerangschikt staan.
durchlauchtig, burchlaud;tigft, aflcrburchlauchtigfi, doorluch-
tigst, allerdoorluchtigst.
©roßmädjtig, aUergrogmächtigft, grootmachtig.
Unüberroinblichfl, onoverwinnelijk.
fönabig, gnabigfl, attergnabigfi, genadig, zeer genadig.
Sbelgeboren, njohlcbclgeboren, hochnjohlcbelgeboren, i)od)tbiU
geboren, mohlgcborcn, hochwohlgeboren, hooggeboren, hoog-
edelgeboren.
®e(lreng, ebelgcfireng, roohlcbelgejïreng, hoch«belge(ïreng, edel-
gestreng, weledelgestreng, hoogedelgestreng.
Sbler, mohlebler, hochroohlebler, hochebler, edel,zeerofhoogedel.
Würbig, ehrwürbig, raohlchrmürbig, ,
hochchrroürbig, h^chnjürbig, hcchibürbigfï, aacrhochwürbigfi,
eerwaardig, zeereerwaardig, allereerwaardigst.
J&ochgcbietenb, höchligebietenb, K. Deze woorden, die van
gebieten, gebieden, afgeleid zijn, drukken ondergeschiktheid
uit, ten aanzien van dengenen, die ze gebruikt.