Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
baé de kamer.
bte êtirn, het voorhoofd.
bie 3eit, de tijd.
Der 5Binfcl, de hoek.
ber ©tra^I , de straal.
ber .S'orb, de mand.
ber ©aal, de zaal.
bie .^anblung, de handeling.
baé Dpfer, het offer.
ber (EnïcI, de kleinzoon.
bic ^rcunbin, de vriendin.
bie Sïabef, de naald,
baé Slugc, het oog.
ber ?S?unb, de mond.
ber ©tuf)l, de stoel,
bie ©ané, de gans.
bic §rau, de vrouw,
bic jfunfï. de kunst,
baë ©piel, het spel.
bcr SRac^bar, de buurman,
bcr J^uf, de hoed.
bcr ©C^U^, de schoen.
opstellen ter ^^:^lbetering.
9.
Sic Strafen (f.) bc^ .^)clbcö.
Sie SJorfa^ren (m.) bcö Sürjteö.
Sie '^flicbte (f.) bcö 50?cnrcf;cn.
Sie ©tra^Ie (m.) ber ©onne (f.).
Sie tnoöpcn (f.) bcr Siefen (f.),
Steifen (f.) unb Pulpen (f.). Sie
ißa^r^citc (f.) bcr ©cfjriftcn (f.).
Sie 9tac^rid;fcn (f.) bcr ^cifum
gc (f.). Sie ©taatc (m.) bcr
gürjtcn, bcr ©rafen unb ber
J^crrn. Sie Df)rc (n.) bcö Sic?
pl)anteö (m.). .kennen ©ic bcn
.^crr? SBir adjfcn bcn .^flt»-
Sic Unferf()ancn lieben bcn gürft
unb btc gürftin.
De daden van den held. De
voorvaderen van den vorst. De
plichten van den mensch. De
stralen der zon. De knoppen
der rozen, anjelieren en tulpen.
De waarheden der schriften.
De tijdingen der couranten. De
staten der vorsten, der graven
en der heeren. De ooren van
den olifant. Kent gij den heer?
Wij achten den held. De on-
derdanen beminnen den vorst
en de vorstin.
10.
?Kit (3) bcm, Satfe (m.) fann
man .^afen fangen. Sie Ära^)en
frciJeii .^cufc^rccfen (f.), ©if/ncdc
(f.) unb Sïaupe (f.), aber aurf)
junge €ntcn (f.). Sie 3ia§cn (f.)
fmb unangcnel)mc J^auégcnoffc
(m.). Sic Unterfudjunge (f.) unb
iJiuérccljnunge (f.) ber ©ternfun;
Met den valk kan men hazen
vangen. De kraaien vreten
sprinkhanen, slakken en rup-
sen, maar ook jonge eenden.
De ratten zijn onaangename
huisgenooten. De onderzoekin-
gen en berekeningen der sterre-
kundigen hebben de banen der