Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
vleiers bedriegen 5 menigmaal 6 de vorsten. De ongelukkigen 7
verdienen 8 ons medelijden 9. Doet 10 goed 12 aan de armen 11
en hebt medelijden \?> met 14 de ongelukkigen. Vergeeft 15
den vijanden en verdraagt 16 alles 17 van de vrienden. De
goede 18 vorsten beminnen de onderdanen 19 en het is 20
de plicht 21 der onderdanen, de goede vorsten te beminnen %'i.
4. @d)mcichkr,m.l. 11. Slrme, m. 3. 18. guten.
5. betrügen. 12. ©ufeé. 19. Unterthan,m.3.
6. manchmal. 13. ^)abt gJIitleiben. 20. eé ift.
14. mit, (3). 21. ^flid;t, f. 3.
15. »ergebet. 22. ju Ueben.
16. ertraget.
17. aaeé.
26.
In een woud 1 zoekt mèn 2 noch 3 perziken 4, noch 3 prui-
men , noch andere 5 ooftboomen 6, maar 7 eike- 8, beuke- 9,
pijn-10 en denneboomen 11, welke den mensch mM^fer 12
nut 13 aanbrengen 14 dan gene 15. De zijdewormen 16 verschaf-
fen 17 door hun fijn weefsellS aan de menschende lichtste 19
kleedingen 20. De stralen 21 der zon verwarmen 22 de aarde.
7. Unglüdnd)e,m.
8. »erblenen. [3.
9. unfer ?0;ifleiben.
10. t\)üU
1. 5orfï, ni. 3.
2. fud)f man.
3. »eber,... noc^.
4. spfirrtc^e, f. 3.
5. anbere.
6. Dbflbaum, (au)
m. 2.
7. fonbern.
16. ©eibenraupe, f.
17. »erfd>affen. [3.
18. burcfe i^r feinet
©eraebe, n.
19. leidptefïen.
20. j?kibung, f. 3.
21. ©tra^I, m. 3.
22. ermSrmen,
8, Gid)e, f. 3.
9. sSud;e, f. 3.
10. gid;te, f. 3.
11. Sanne, f. 3.
12. nidjt roeniger.
13. S^ü^en, m. 1.
14. bringen.
15. alé jene.
27.
De tanden 1 van den olifant 2 geven 3 het ivoor 4. De
aardrijkskunde 5 en de tijdrekenkunde 6 zijn de oogen 7 der ge-
schiedenis 8. De beweegbaarheid 9 van het oog is merkwaar-
dig 10. In 11 den oorlog 12 tusschen 13 de Kussen 14 en
Transchen 15 is de stad Moskou verbrand 16. De Christenen 17
1. Sa^n (a), m. 2. 5. €rbbefc^)reibung, 8. ©erd;id;te, f. 3.
2. (Ekp&ant, m. 3. f. 3. 9. S5eii3eglic^)feit,f.
3. geben. 6. 3eitrec^)nung,f.3. 10. merfroürbig. [3.,
4. eifetibein, n. 2. 7. Sluge, n. 3. 11. in, (3).