Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
470.
gen haben »Derben, foß baé
3ïachfe(fcn fertig fein,
ftnb unfere Bebtenten?
©le ftnb mit 3hren geßeifen
hinaufgegangen.
J&a|l bu meine «pifïolen gebracht?
■ 3a, mein ^tn! h'er f'nb fte.
Siehe mir blc ©tiefclaué, unb
fehe benn ob man bcn ^fer?
ben .^afer gegeben
3ch rolß fchon bafür forgen;
fein ©le nur unbefümmert.
SNeltte .^crrcn, manhataufge?
tragen.
ken hebt, zal het avondeten
gereed zijn.
"Waar zijn onze bedienden?
Zij zijn met uwe valiezen naar
boven gegaan.
Hebt gij mijne pistolen gebracht.
Ja, Mijnheer! daar zijn ze.
Trek mij mijne laarzen uit,
en zie naderhand, of men
haver aan de paarden gege-
ven heeft.
Ik zal er zorg voor dragen:
wees slechts onbekommerd.
Mijne Heeren! men heeft opge-
daan.
29.
jffiohlan, meine J^errcn, lagt
uné JU ïlfche gehen.
<£é fehlt ein ©cbccf.
gffen ©ie eon biefer grtcaffccj
fte i(l mohl jugcrichtet.
2)ie Sauben finb nicht gar.
3(ï ber min gut?
€r i(ï nicht übcl.
©ie effen ja nicht, mein .Çerr!
3ch habe feinen Slppetlt; ich
bin fehr mübe.
©te mufiien ?0;uth fa(ïcn.
SaflTcn ©te 3hr Bett märmcn,
unb legen ©le ftch hm-
Bcfïnben ©le fleh nicht mohl?
Serlangen ©ie €troaé?
3ch brauche nichté alé 3îuhe.
©Ute ïïîacht, meine J^erren!
Äeßner, fage bcm SBirthe, er
Kom aan, mijne Heeren! laat
ons aan tafel gaan.
Er ontbreekt een couvert.
Eet van dit gefruit vleeseh;
het is zeer wel toebe-
reid.
De duiven zijn niet gaar.
Is de wijn goed ?
Hij is niet kwaad.
Gij eet niet. Mijnheer!
Ik heb geenen eetlust, ik ben
zeer moede.
Gij moet moed houden.
Laat uw bed warmen, en ga
slapen.
"Voelt gij u niet wel?
Begeert gij iets te hebben?
Ik heb niets dan rust noodig.
Goeden nacht, mijne Heeren!
Jan, zeg aan den hospes, dat