Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
469.
Men @ie roof>(, meine .^crren!
©lucfliche Sieife!
Vaartwel, mijne ïj^eren!
Goede reis!
27.
^fönnen wir hier logiren?
3a, meine S?min, ich habe
fch(>ne 3'mmer unb gute 55ef?
ten.
ïöir rooflen abfïeigen,
Saffcn @ie unfere «pfcrbe in ben
Statt führen.
.^einrieb! nimm biefen .g)erren
bie ^ferbe ab, unb forge
für fte.
9ïun rooßcn loir fehen, roaé ©ie
itné juni JRachteffen bringen.
iöaé belieben roirb.
©eben ©ie uné eine gricajfee
t)on jungen einen
Äapaunen, ein halbeé Sut?
jcnb Sauben unb ©atat.
SBottcn ©te fonfl nichté?
SRein, eé i(l genug; geben ©ie
uné aber guten S[ßein unb
©eifert.
gaffen ©ie mich nur machen,
id) tjcrftchere 3f)nen, ©ie
foHcn jufrieben fein.
Kunnen wij hier logeeren ?
Ja, mijne Heeren! Ik heb
mooie kamers en goede
bedden.
Wij zullen afstijgen.
Laat onze paarden in den stal
brengen.
Hendrik ! neem dezen heeren
de paarden af, en zorg voor
dezelve.
Kom aan, laat ons thans zien,
wat gij ons voor ons avond-
eten zult geven.
Wat u believen zal.
Geef ons eene fricassee van
jonge hoenders, eenen ka-
poen, een half dozijn dui-
ven en salade.
Belieft u niets anders ?
Neen, het is genoeg; maar
geef ons goeden wijn en
een nagerecht.
Laat mij slechts begaan, en ik
verzeker u, dat gij tevreden
zult zijn.
28.
aSohlan, meine .^errcn, laßt
uné itnfere Simmer befehen.
.^einrich, leuchte biefen J^crren!
?0?achen ©ie, bag roir balb ju
SRacht eff'en.
<£he Sie bie Stiefel auégejo?
Kom aan, mijne Heeren! laat
ons onze kamers bezichtigen.
Hendrik, licht dezen heeren.
Maak, dat wij spoedig ons
avondeten hebben.
Eer gij uwe laarzen uitgelrok-