Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
467.
3a, mdn .^crr!
aßoHctt ©ie baé fc^arlachene
anjie^en ?
ïfiein, gieb mir baé blaue mit
ber lïieigen Wefie.
Saé Swftc baran ift ein menig
loégeriffen.
Warum bu eé nic^t bem
©c^neiber gegeben, um eé
auéjubeffern?
3ch magte nicht, eé 3^fen
Sefehl JU thun.
Scrglcichen ©achen fragt man
nicht.
3ch iverbc ein anbcrmal meine
©chulbigfcit beffcr in 3lcht
nemen.
Su mirjï molthun.
Ja, Mijnbeer!
Zult gij het scliarlakensclie
aantrekken ?
Neen, geef mij het blauwe
met het witte vest.
De voering is een weinig los-
getornd.
"Waarom hebt gij het niet aan
den kleermaker gegeven,
om het aan te naaien?
Ik durfde het niet zonder uwe
orders doen.
Zulke dingen behoeft men niet
te vragen.
Op eenen anderen tijd zal ik
mij beter van mijnen plicht
kwijten.
Gij zult wel doen.
25.
Wo fmb meine .^«"bfchuhe?
3» 3fKer 3lo(ffafd;c.
©ieb mir meinen ©toef (mein
Siohr).
.^ier i(t er (cé).
Warum gehen ©ie biefen SKor?
gen fo früh atié?
3ch habe in ber ©tabt ju fhun.
©oH id; mit 3hnen gehen?
Sé ijl nicht nöthig.
sSIache, bag Sltteé fertig i|ï,
ehe ich njieberfomme.
Wenn bcr .^err 21 nach mir
fragen foHte, fo fage ihm,
bag er ein menig marte.
3ch ibcrbe eé nicht bcrgcfiTcn.
SJergejfe nicht, ihm ju fagen.
Waar zijn mijne handschoenen?
In uwen rokzak.
Geef mij mijnen rotting.
Daar is hij.
Waarom gaat gij dezen och-
tend zoo vroeg uit?
Ik heb in de stad iets te doen.
Wilt gij, dat ik met u ga?
Dat is ]iiet noodig.
Maak, dat alles tegen mijne
terugkomst gereed zij.
Als mijnheer A naar mij komt
vragen, zoo zeg hem, dat
hij een weinig wachte.
Ik zal niet nalaten het te doen.
Vergeet niet, hem te zeggen,
30*