Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
465
Sie üKagb l)at eé fc^on an?
gemacht.
.P>at fte aSaiYer jum îf)ee bei?
gefegt?
3a, fc^on lange, mein .Ç)err.
'2Bo ftnb meine ^Pantoffeln?
©ie (îe^en unten am Bette jur
Dvec^ten.
£ile bich «nb gieb mir meine
jîieiber her-
îSotten ©ie fein anbreé raeigeé
3eug anthun?
3a, gieb mir ein reineé .Ç>emb
her.
Saé, iKlcheé ©ie anhaben,i|ï
ein roenig fchmugig.
(Eé njunbert mich nicht; eé ftnb
fd;on über »ier Sage, bag
ich ^ein reincö ^emb ange?
jogen hal*«-
Sie «aSafcherin ijî ©chuib baran.
Ober bieimehr bu, benn bu bifï
ein lüenig ju nachlaffîg.
Verjeihen ©ie mir, ich fann
nid;t bafür (eé ifl nicht meine
©chulb).
Sîun gefdjminb, baé .Ç)emb her.
Jg)ier i(l ciné, baé fehr œeig ifi.
(Eé i(l noch ganj fendît.
îBenn eé 3hncn gefättig ifï,
tt)iß ich «iJ wärmen.
Sa hafî bu eé, aber nimm bich
roohi in 31cht, bag bu eé
nicht toerbrcnnfl.
3ch wiß fchon bafür forgen.
îBotten ©ie auch «in Safchen?
tuch?
14' DRUK.
De meid heeft het reeds aan-
gemaakt.
Heeft zij water voor de thee
opgehangen ?
Ja, Mijnheer, reeds voor lang.
Waar zijn mijne muilen?
Zij staan bij het voeteneinde
van het bed, ter rechterzijde.
Haast u en geef mij mijne
kleederen.
Wilt gij geen schoon linnen-
goed aandoeTi?
Ja, geef mij een schoon hemd.
Dat, hetwelk gij aan hebt, is
een weinig vuil.
Dat verwondert mij niet; het
is reeds vier dagen geleden,
dat ik een schoon hemd aan-
getrokken heb.
Dit is de schuld van de wasch-
vrouw.
Of veeleer de uwe; want gij
zijt een weinig onachtzaam.
Vergeef mij, ik kan het in
het geheel niet helpen.
Nu, gezwind , het hemd !
Zie daar een, dat zeer schoon is.
Het is nog geheel vochtig.
Ik zal het warmen, als het
u belieft.
Daar hebt gij het, maar pas
vooral op, dat gij het niet
verbrandt.
Daar zal ik wel voor zorgen.
Belieft gij ook een' zakdoek
te hebben?
30