Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
447.
©ich «rcig?
ncn,
©ich jufra?
Jurücffchrcn,
Umrocnbcn,
©ich criufïigctt,
©chcrjcn,
©ic^ babcn,
©chroimmcn,
gebeuren, ge-
schieden.
terug keeren.
omkeeren.
zieh vermakeTi.
beerten, schert
sen.
zieh baden,
zwemmen.
93cn»unbctt,
2iblöfcn,
©d;{achf(icfcrn,
Sclagcrn,
©türmen,
Ueberminben,
^(ünbern,
ajcnüüften,
Serheeren,
SScrfolgcn,
©iegen,
wonden.
aflossen.
slag leveren.
belegeren.
storinloopen.
overwinnen.
plunderen.
verwoesten.
vervolgen,
zegepralen.
(gine £eid;enprebigt f)alUtt.
Sen ©egen fpred;en.
3ur 3lber lafien.
3n ben legten liegen.
Sdechnung ablegen.
Sen 23orfchug, bie SJluélage
jriebergeben.
6leid;eé mit 6leid;em bergel?
ten.
2luf (gfroaé treten,
©ich ©d;ciben thun.
©ich ben gug bcrrenfcn.
3u SKittag cffen.
3u Slbenb cjTcn.
Scn Sifch jurechf machen.
Scn ïifd; beden.
Sic ©tühïe in Drbnung fegen.
Sie ©peifen auftragen,
©ich 5« Sifche fegen. (len.
Sie ©la'fer fchraanfen, auéfpü?
©ich nat^ .^aufe begeben,
©ich fchlafen legen,
©ic^ baé ^aav machen.
Sic a^agel abfchnciben.
Sic .^aare abfchneiben.
Eene lijkrede doen.
Den zegen uitspreken.
Aderlaten.
Op het uiterste liggen.
Rekening doen.
Het verschot terug geven.
Met gelijke munt betalen.
Ergens op trappen, loopen.
Zich benadeelen.
Zich den voet verrekken.
Te middag eten, het middag-
maal houden.
Des avonds eten.
De tafel klaar maken.
De tafel dekken.
De stoelen in orde zetten.
De spijzen opdragen.
Zich aan tafel zetten.
De glazen spoelen.
Zich naar huis begeven.
Naar bed gaan.
Zich kappen.
De nagels knippen.
Het haar snijden.