Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
bie JeU, de tijd. bie ©c^imeic^jelei, de vleierij,
bie §ür(tin, de vorstin. bie j?ur, de genezing,
bie ©raftn, de gravin. bie gpur, het spoor,
bie ginftebelei, de kluis, de bie Unioerfitaf, de universiteit,
kluizenaarshut. de hoogeschool.
Er zijn eenige onzijdige zelfstandige naamwoorden, welke tot
deze verbuiging behooren, maar waarvan het enkelvoud geheel
naar de tweede verbogen wordt. Zie hiervan een voorbeeld:
Onzijdig.
EnJcelvoud. Meervoud.
1. baé O^V, het oor. bie D^ren, de ooren.
2. beé D^reé, des oors o/van ber D^ren, der of van de
het oor. ooren.
3. bem O^re, het of aan het ben Of)t<n, den of aan de
oor. ooren.
4. baé D^r, het oor. bie D^ren, de ooren.
Op dezelfde wijze worden nog slechts de vijf volgende
verbogen:
baé Sluge, het oog. baé (Snbe, het einde,
baé Seff, het bed. baé ^ffie^, het wee.
baé .Ofï'b, het hemd.
Alsmede deze mannelijke zelfstandige naamwoorden:
ber S)ïafi, de mast. ber ©tra^l, de straal,
ber ©d)mer5, de smart. ber de troon,
ber @ee, het meer. ber Untert^an, de onderdaan,
ber ©taat, de staat.
Ook verbuigt men nog op deze wijze de volgende uitheem-
sche woorden, 9'elke echter de e in den tweeden en derden
naamval van het enkelvoud verwerpen:
a. Namen van mannelijke personen op or:
ber Soctor, de geneesheer, ber ^Profeffor, de hoogleeraar.
h. De onzijdige naamwoorden op (ie:
©ubfïantiü, het zelfstandige naamwoord,
c. Diegene, welke nog thans of ten minste oorspronkelijk
den latijnschen uitgang iiim hebben, ook die welke op al en
il uitgaan. Zij hebben in het meervoud ien:
baé ©fubium, de studie, bie ©tubien, de studiën,
baé SlbDerb, het bijwoord, bie Slbüerbien, de bijwoorden.
14' DRUK. 3