Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
445.
ïOïufhmagcit/ vermoeden. ©ich fd;näu? den neus snui-
SScfraftigcn, bekrachtigen. ten.
Bc|af)en, bevestigen. ©chwigen, zweeten.
Sïcrncfncn, ontkennen. Sibtrocfen, afdroogen.
Verhellen, verbergen. hoesten.
©eftchcn, bekennen. j?ragen, krabben.
Urn Vergebung vergeving vra- i?i§eln, kittelen.
biffen, gen. Älemmen, klemmen.
Verjei^en, vergeven. Kneipen, knijpen.
©ich wieber zich weder ver- Sieben, beminnen.
auêföhnen, zoenen. Siebfofen, liefkozen.
Entfchuibigen, verontschuldi- ©chmeicheln, vleien.
gen. Umarmen, omarmen, om-
Bebauern, beklagen. helzen.
Sachen, lachen. hülfen. kussen, zoenen.
SSeinen, weenen. ©id) ent?
©eufjen, ©ch'uchjen, zuchten, snikken. jweien, Uneinig wer? oneens worden.
ïrötïen, troosten. ben,
Srogen, trotseeren. Ueberfegen, overzetten.
Verlaflfen, verlaten. Slnfangen, beginnen.
paffen, haten. 3luf hören. ophouden.
©tubiren. studeeren. gortfahi'cn. vervolgen.
Sernen, leeren. Vollenben, voleinden.
2iuémenbig van buiten lee- Snbigen, eindigen.
fernen. ren. Unterweid leeren, onder-
Verlernen, verleeren. fen, richten , on-
SBieberholen, herhalen. Sehren, J derwijzen.
Sefen, lezen. ^erfagen, opzeggen.
©achte lefen. zachtjes lezen. 2Bi|fen, weten.
Saut lefen, hardop lezen. können. kunnen.
Svechnen, rekenen, cijfe- kennen, kennen.
ren. SIrbeifen, werken.
Jufammen? Shun, doen.
jäh fen, optellen. SWad)en, maken.
Slbbiren, Verbienen, verdienen.
©ubtrahiren, aftrekken. Skalen, schilderen.