Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
438.
Sau, lauw. SRiebertrachtig, lafhartig.
jlevendig. atofhiüenbig. 1 noodig, nood-
Mhaft, a^öfhtg. j zakelijk.
$cer; öoß, ledig; vol. Seicht, Ucht.
Stchtfertig, lichtvaardig. 3ïüglid>, nuttig.
ßederhaft, lekker. Oft, häufig. dikwijls.
Seich tfinnlg, lichtzinnig. Öffcn, open.
Offenherjig, openhartig. Drbcntlich, ordelijk.
Sieb, theuer. lief, dierbaar. Optifch, gezichtkundig.
Siebenéwür? beminnens- prächtig'. prachtig.
big. waardig. !i3erfónlich. persoonlijk.
Sieberlich, liederlijk. ^lump, jlomp, zwaar.
Sifïlg, jlistig. ©chnjcr,
Vctfchmigf, £>ulff. kwijt, vrij.
Sohlich, loffelijk. Slauh, ruw.
Sufïig, lustig. Svechf, recht.
Slebllch, rechtschapen. Sleich, rijk-
50tangelhaf(, gebrekkig. SJïannbar, huwbaar.
SKanierlich, gemanierd. Slciienb, bekoorlijk.
S^fägig, Sßüchfern, jmatig. 3loh, rauw, ruw.
muhig. rustig. Slunb, rond.
SWcnrchlich/ menschelijk. Stunjlig, rimpelig.
?9ïi§oergnügf. onvergenoegd, ©aft. verzadigd.
®Ii(telma§ig, piiddelmatig. ©auer, fü§. zuur; zoet.
süJtübe, matt. moede. ©chablich. schadelijk.
SOïühfam, moeielijk. ©chSnblich, schandelijk.
SKünblg, meerderjarig. ©chalfhaft. schalksch.
gjïuthig. moedig. ©chamhaft. schaamachtig.
5Kügig, ledig. ©charf. scherp.
Sßachtheillg, nadeelig. ©charffinnlg, scherpzinnig.
gtachläffig, nalatig. SRahrhaft, voedend.
3ïarrlfch, gek, dwaas. ©charffïchtig, scherpziende.
Sßaf; trocfen, nat; droog. ©chatfig, lommerrijk.
Sßatürllch, natuurlijk. ©chimmelig, beschimmeld.
©chlmpillch. beleedigend. Unbegreiflich, onbegrijpelijk.
Ochmuglg, vuil. UnbeftSnblg, onstandvastig.
©chön. schoon. Unbequem, ongemakkelijk.