Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
436.
Sitterj füg. bitter; zoet. Snglifch / engelsch, en-
Slag, Sleich, bleek. gelachtig.
Slinb, blind. entfcrnf. verwijderd.
Slöbe, .bloode, vrees- Sntjücfenb, verrukkelijk.
gurchtfam. Jachtig,bevreesd.Srlcnntllch , erkentelijk.
Slog, SRacft, bloot, naakt. erfahren. ervaren.
Söfe, boos. ergeben, gehecht.
Soéhaft, boosaardig. ergö^lich, jvermakelijk.
Sreit, OBcit, breed, wijd. Äurjrocilig,
Sunffd;ecfig, bout. erfältct. verkouden ge-
Sanfbar, dankbaar. worden.
Semüthig, nederig, oot- ernfïhaft, ernstig.
moedig. erfchrccflich, verschrikkelijk.
Sid)t, Scfl, dicht, vast. erftarrt. verstijfd.
Sicfj bünn. dik; dun. erjürnt. toornig.
Sornig, doornig. e»ig, eeuwig.
Sringcnb, dringend. gabclhaft. fabelachtig.
Summ, dom. Sähtg, bekwaam.
Sunfel, gin? donker, duister. Süd^tlg t
lïcr, Salfch, valsch.

Succhfchcincnb,
Surre,
Surft ig,
eben,
acht,
Shrgeijig,
ßrfclhaft,
g^rfoé,'
E^rmürbig,
eiferfüchtig,
eifrig,
eigcnffnnig,
einfaltig,
einfam,
Smfig; frag,
empfinblich,
doorschijnend.
dor.
dorstig.
even, effen.
echt.
edel.
eergierig,
vralgelijk.
eerloos,
eerwaardig,
ijverzuchtig,
jaloersch.
ijverig,
eigenzinnig,
eenvoudig,
eenzaam,
naarstig; traag,
gevoelig.
gaulj Peigig, lui; vlijtig,
gcige, nieber? lafhartig, laag.
trad;fig.
gein; grob.
Seinblich,
gctt; mager,
Scu^t,
fijn; grof.
vijandelijk,
vast.
vet; mager,
vochtig.
grci^ gefangen, vrij; gevangen,
freigebig, milddadig.
Sreunblich > vriendelijk.
Sricbfcrtig vreedzaam.
Srifd); fühl, frisch, koel.
groh; traurig, blijde; treurig.
Scöhiig, I
\1
gjïuntcr,
Sufïig,
gromm,
vroolijk, lustig.
vroom.