Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
421
bie boppelfe Italiaansch ein ^arf (S), een pak.
Buchhaltung boekhouden, bie <pa(fnabel, de paknaald.
führen. ein ©tücf, n. 2. een stuk.
.^anblungébe? kantoorbedien eine (Ette, 3. eene el.
bienfe, de. eine 5Bage, 3. eene balans.
Äaufmanng? koopmansbe- bie aSagfchale, de weegschaal.
biener, diende. ïSiegen ,* wegen.
SBechfelbrief, wisselbrief. baé 6eroicht, het gewicht.
eine iluitfung, ' een kwijtbrief. gabenbiener, winkelknecht.
ein (Empfang? eene kwitan- prachtbrief. vrachtbrief.
fchein, I tie. baé ^funb/ 2. het pond.
ein gofh, n. een lood. cln halbeé een half
eine Süfe, 3. een peperhuisje. «Pfuub, pond.
ber ©acf (a), de zak. (Ehocolate, chocolade.
ein (Scheffel, m. een schepel. ©eroürj, n. specerij.
bie SÖJaare, 3. de waar. ?OIuéfatennu§, muskaatnoot.
Such, n. 2. laken. gjiuéfatenblu? foelie, muskaat-
3eug, m. 2. stof. men, bloemen.
(Seibenjeug, zijden stof. ber 3in»met, de kaneel.
©ollcnjeug. wollen stof. Sïagelein, n. kruidnagelen.
baé ?Oïu(ter, 1. het staaltje. ber ©affran, de saffraan.
bie «probe. het monster. Siofïnen, f. rozijnen.
©ammet, m. fluweel. jforinthen, krenten.
glor, m. 2. floers. 3ngn)cr, m. 2. gember.
geiniüanb, f. 2. linnen. «Pfeffer, m. 1. peper.
gebleichte gein? gebleekt linnen, . «Pfeffcrförncr, peperkorrels.
manb, ©alj, n. 2. zout.
Baumwolle, f. katoen. Sabacf, m. 2. tabak.
jïattun, m. katoen (*). ©chnupftabacf, snuif.
SDJua, neteldoek. eine Dofe, 3. eene doos.
SBachétuch, wasdoek. Sabacfébofe, tabaksdoos.
gianett, m. flanel. ein ^ScEchen, een pakje.
Banb, n. 4. lint, band. Sabacfépfcife, tabakspijp.
bie rechte ©eite, de rechte zijde. «Pfeifenraumcr, pijpuithaler.
bie unrechte de verkeerde 0el, n. 2. olie.
©eite, zijde. Baumi>l, boomolie.
(*) Bijv.; Kattun ju einem Stleiie.