Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
418.
öcr Slltsefett,
gafitrager,
Slefftcagcr,
bag gcKelfcn,
dti gchrjunge,
dne COJine, 3.
btc gc[)re,
bag ge^rgdb,
dn 5Blrth, 2-
bie 5Birtf>in,
^aaßtnt^t, 2.
mUit,
Xröbkr,
Sröbkrmarft,
Sahnai'it (a),
Jt'orbmacher,
.^oljhauei'/
©agfpäne,
^flaffcrer,
Briefträger,
bie ©änfte,
ein guhrmann,
bie guf)rleutc,
dn 3littd,
ein Marren,
dn Snber,
dn ^Bagen (ä),
bie Sdifd,
bie aichfe, 3.
bag 3tab, 4.
bag @deife,2
dn Schiffer,
bag ©chiff,
meesterknecht, ber ©chubfar;
last- of pakken- ren,
drager.
de kruiwagen.
het valies,
een leerling,
eene mijn.
de leertijd.
het leergeld.
©chiebfarre, )
Sergfnappe, 3. bergwerker.
mijnwerker.
^Pojifnecht, 2.
^ofïroagen,
bie ^ojichaife,
eine j?utfche,
een waard, her- ber SÜeifenbe,
postknecht,
postwagen,
de postchais.
eene koets,
de reiziger,
reisvaardig,
de reis.
bergier. 3vdfefertig,
de waardin. bie 3leifc, 3.
huisknecht. glücfliche Dteife, goede reis.
makelaar. ju gug ge^en, te voet gaan.
uitdrager. in ber Äutfc^e in de koets rij-
voddenmarkt, fahren, den.
schoenlapper. Sveiten, te paard rijden,
tandmeester. bcr ^affagier, de passagier,
mandenmaker, ber ^renibe, 3. de vreemdeling,
houthakker. dn 'ipag (n), een pas.
houtklover. ein Courier, 2. een koerier,
zaagsel. dn Bote, 3. een bode.
straatmaker. eine SJiifigabd, een mestvork,
brievenbesteller. greep,
de draagstoel, ber 3lechm, 1.
een voerman, bie .^arfe, 3. J
de voerlieden, dn ©rabfchcit, eene schop,
een kiel.
ber ^flug (ü),
ein ©chnitter,
bie ©ichel, 1.
bie ©arbe, 3.
eene kar.
een voer.
een wagen,
de dissel,
de as.
het rad of wiel. dn Srefchcr,
het spoor. ©refchflegel,
een schipper, bag ©troh ,
het schip. bie ©preu.
spade,
de ploeg,
korenmaaier,
de sikkel,
de schoof,
garve,
een dorscher.
dorschvlegel.
het stroo.
het kaf.