Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
417
Slnngicgcr,
cine Schraube,
ein Saffier,
Blcchfchmieb,
ein Seiler,
ber Binbfaben,
Simmerleufe,
baé Beil,
Spiiffer, 1.
J^oijfpane, m.
ein SKaurer,
bie Äette, 3.
ber gjiortel,
ein Süncher,
ein ©erüfl, 2.
ein Sfeinmeg,
Sfeinhauer,
©lafer,
ein ©ach beef er,
ein Sapejirer,
ein Sifchlcr,
Schreiner,
bie 2lj;f,
bie Sage, 3.
Sagen,
ber .^obel,
pöbeln,
ein Bohrer,
Seim, m. 2.
©efch toornen,
bie ^Keifterin,
grau, 3.
ein spfufcher,
bie Sßerfftaff,
baé ©eftnbe, 2.
14° DRUK.
tinnegieter,
eene schroef,
eenzadelmaker.
blikslager,
een zeilmaker,
het bindgaren,
timmerlieden,
de bijl.
jspaanders.
bie ©locfe, 3. de klok.
bet jïlöppel, de klepel.
jfupferfchmieb, koperslager.
ein 3ïagel (3), een spijker.
baé Seil, 2.
bet SfricE, 2.
Seifenfïeber, zeepzieder.
Böffdjet, 1 , .
~ .... . Jeen kuiper.
gagbinber, J
Suchmachet, lakenmaker.
J
het touw.
een metselaar,
de troffel,
de mortelkalk.
kladschilder,
een steiger,
een steenhou-
wer,
glazenmaker,
een dekker,
een behanger,
een schrijnwer-
ker, kasten-
maker,
de bijl.
de zaag.
zagen,
de schaaf,
schaven,
eene boor.
lijm.
gezworenen,
de meesteres.
de vrouw,
broddelaar,
knoeier,
de winkel,
werkplaats,
dienstboden.
Such bereifer,
ein Srechélet,
Steher,
bie Srehbanf,
cin ©ärfner,
«papiermachet,
Sumpen, m.
ein gifcher,
bcr gifchfang,
bic gifdjctei,
eine 2lngcl, 1.
baé Steg, 2.
©erbet,
ein gärber,
bie S3Iangel,
bcr ?9ïei(ïer,
ber JF>ert,
ber Sehret,
^jïalïern,
'baé ^fiaftcr,
®atftmei)tct,
2Sagcmeittet,
lakenbercider.
jeen draaier.
de draaibank,
een tuinman,
papiermaker,
vodden, lom-
pen,
een visscher.
de vischvangst,
visscherij.
een vischan-
gel.
het net.
leerlooier,
een verver,
de mangel,
de meester,
de heer.
de onderwijzer,
vloeren, bestra-
ten.
de steenen vloer.
marktmeester.
waagmeester.
Sd)Crenfchleifer, scharenslijper.
Sïachfroachfet, nachtwacht.
Schubfärmer, kruier.
27