Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
(m.) aué (3) Jp)o[5 unb Êe^m (m.)
öon (3) brei êtocficerfe (n.) nn
(3) bie Ufer (n.) ber giup(m.);
baé unterfïe ©tocfrocrf unter (3)
bem 2Ba|fer ift ber ^ïeöer (m.)
ber ber ffiintereorrat^ (ui.) ent^
f)alt.
en leem van drie verdiepingen
aan de oevers der rivieren; de
onderste verdieping onder het
water is de kelder, die den
wintervoorraad bevat.
8.
Sie gruc^te (f.) bcr SSrob;?
bäum, (m.) ftnb fo gro§ i»ie
Äürbiife; fte raerben auf (3)
(Steine (m.) geroflet unb fc^imccfcn
wie üBeijenbrob (n.). 3Utö (3)
ben Safi (m.) ber Srobbaume
i»ebt man Jeuge (n.) unb au^ (3)
baö .C'ols (ii-) bereitet man
(Berätf)c (n.). — ©er 3immt^
bäum gicicfjt (3) ben forbeer?
bäum. g)?an fdjalt ben Steige
(m.) bc^ 5Saumeö bcr ^af!(m.)
ab, ber (id; ton fclbtl in (3)
Dlö^re (n.) jufammcnrollt unb
afö ©emürj gebraucht mirb. —
©ie SKuöfatennugbaumc gici?
(3) bie Birnbäumen, ©aö
gicifd) (n.) ber grud^te (f.) taugt
nic^t bie j?erncn (m.) ftnb bie
®uöfafcnnuffe (f.).
De vruchten van den brood-
boom zijn zoo groot als pom-
poenen; zij worden op steenen
geroosterd, en smaken als tar-
webrood. Uit den bast der
broodboomen weeft men stoffen,
en uit het hout bereidt men
gereedschappen. — De kaneel-
boom gelijkt op den laurier-
boom. Men schilt den takken
des booms den bast af, die
zich van zeiven in pijpen samen
rolt en als kruiderij gebruikt
wordt.
De muskaatboomen gelijken
op de pereboomen. Het
vleesch der vruchten deugt
niet; de kernen zijn de mus-
kaatnoten.
DERDE VERBUIGING.
Bij de zelfstandige naamwoorden van deze verbuiging
worden de klinkletters niet verzacht: zij nemen in het meer-
voud de lettergreep en aan, en eindigen insgelijks met en,
in den tweeden, derden en vierden naamval van het enkel-
voud; b. v. :