Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
415.
baé gebcrmcflfcr, liet pennemes.
Blaöinfïru? blaasinstru-
ment, ment.
Saitcninfiru? snaarinstru-
ment, ment.
baé 6lat){er, liet klavier,
einc ©cigc, 3. eene viool,
cin S5n§ (a), een bas.
ctn Bogen, een strijkstok,
bte ©aiten, f. de snaren,
cine glötc, 3. eene fluit.
5öaIbhorn, 4. waldhoorn,
cine .^arfe, 3. eene harp.
bic ©chadmei, de herdersfluit,
cine feiev, eene lier.
bie (Elarinette, het klarinet,
cine ©uitarre, eene guitar,
lin ©anger, een zanger,
bie ©angcrln, de zangeres.
?OJufifmci(ïer, muziekmees-
ter.
Gapellmeijïer, kapelmeester,
bic Sichtfunft, de dichtkunst,
cin Sichter, een dichter,
bic 3)ïcgfnn(l, de meetkunde,
gelbmcffcr, landmeter,
cin Jirfcl, m. 1. een cirkel, een
©ternfunbe,
baê gernrohr,
«perfpectlo,
(grbbcfchrcl'
bung,
©eographiC'
bie grbfugel,
J^immcISfugel,
bie Sanbcarfe,
ber 3itlaé,
passer,
sterrekunde.
jde verrekijker.
de aardrijks-
kunde.
de aardbol,
hemelglobe,
de landkaart,
de atlas.
baé Concert,
©c(;cibefun(l,
©chmcljfun|ï,
cin SQSunbarjt,
ein Barbier,
3iaftrmc(]"er,
9iaftrcn,
ein Becfen,n.
baé SIbcrIaffen,
bie ganjctte,
baé Soch, 4.
bic Btnbc,
baé Bab, 4.
©ipéarbcitcr,
©tufaturar?
beltcr,
bcr Bilbhauer,
bcr ?Oïeigel, 1.
eine Bilbfäule,
Äupferfllch,
cin S)laler,
ber ^Infcl,
bie Sarbc, 3.
SSeig,
OBeigach,
©chroarj,
©chroarjllch,
Braun,
Bräunlich,
.^ellbraitn,
Sunfclbraun,
©run,
©runllch,
.^cttgrun,
©unïclgrün,
bie Baufunfï,
het concert,
scheikunde,
smeltkunde.
een heelmees-
ter, chirurgijn,
een barbier,
scheermes,
scheren,
een bekken,
de aderlating,
het lancet,
het gat.
het windsel,
het bad.
stukadoor.
de beeldhou-
wer,
de bijtel,
een standbeeld,
kopersnee,
een schilder,
het penseel,
de verf, kleur,
wit.
witachtig,
zwart.
zwartachtig,
bruin.
bruinachtig.
lichtbruin.
donkerbruin.
groen.
groenachtig.
lichtgroen.
donkergroen.
de bouwkunde.