Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
412.
bic Patrone, 3.
bie fugel,
ber ©c{)"g (Ü),
bie giinte hat
tjcrfagt,
ber Säbel, 1.
bie3veiterei,3.
ein Steiter, 1.
ein Dragoner,
ein J^ufar, 3,
Corporal (ä),
ein Serfchant,
ein SlBerbcr,
2Berben,
ein Stecrut, 3.
J^anbgelb, 4.
3lbbanfen,
Srompeter,
bic Srompetc,
bic Srompete
blafcn,
ein Ingenieur'
jvriegöbau?
meitlcr/
Äonftabler,
j?anonnirer,
baö ©cfc^füg,
eine Jfanone, 3.
ein Stücf, 2.
bie Snnte,
j?anonenfugel,
bie Bombe, 3.
bic laubige,
ein Schüge, 3.
bcr träger,
Pulpcrhorn, 4.
bcr Bogen,
bcr Pfeil,
de patroon. bicScfearpe,
de kogel. gelbbinbc,
het schot. bie Stanbarfe.
het geweer heeft gclbprebigcr,
geketst. 5Q3achfmei(ïer,
de sabel. Sflegimcntétam?
de ruiterij. bour,
een ruiter. ein gclbchirurg,
een dragonder. SlBunbarjt (a),
een huzaar,
korporaal,
sergeant,
een werver,
werven,
een rekruut,
handgeld,
afdanken,
trompetter,
de trompet,
op de trompet
blazen.
een ingenieur.
1 kanonnier,
I konstabel,
het geschut,
een kanon,
een stuk.
de lont.
kanonskogel,
de bom.
de houwitser,
een schutter,
de krasser,
kruithoorn,
de boog.
de pijl.
cin gourrier,
®rcnabter, 2.
güfclicr, 2.
bcr ïambour,
ïrommcl?
fd) lager,
bie Srommel,
Jrommcln,
bcr «Oiarfd) (a),
bcr 3apfcn;
fïrcid),
3)iarfetentcr,m.
ein ©pion,
ber jfrieg, 2.
baé JÖeer, 2.
baé BataiHon,
baé 3tegiment,
bie (lompagnie,
ein ©lieb, n. 4.
bic Brigabc, 3.
eine @ch»a?
bron,
glügelmann, 4.
bie glanfe, 3.
bie ©eite, 3.
aSortrab (a),
Sïad^trab (a),
ber JP)interhalt,
ber Sluéfaa (a),
|.de sjerp.
de standaard,
veldprediker,
wachtmeester,
tamboer-ma-
joor,
leen chirurgijn,
I heelmeester,
een fourrier.
grenadier,
fuselier.
de tamboer.
I
de trom.
de trom roeren,
de marsch.
de taptoe.
marketenter.
een spibn.
de oorlog,
het leger,
het bataljon,
het regiment,
de kompagnie.
een gelid,
de brigade,
een eskadron.
ruiterbende,
vleugelman.
|de flank.
voorhoede,
achterhoede,
de hinderlaag,
de uitval.