Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
411
eine S3iftfchrlf(, een smeek- ein gib, m. 1. een eed.
schrift. bet Sott, de tol.
ein SJböocat/ een advokaat. bet Späfc^et, de gerechtsdie-
«In SRofar, een notaris. ein« öelbfirafe. een boete. [naar.
bl« JRotarten, de notarissen. baé ©efängnig, gevangenis.
«In ^profurator, eeu procureur. bet ©efangene, de gevangene.
«In (Eopifî, 3. een klerk. Scharfrichter, scherprechter.
«In jîlager. een aanklager. bet .Ç)enfer, de beul.
ber BeflagtC/ de gedaagde. baé ©chroerf. het zwaard.
«In 3. een getuige. bet ©algen de galg.
«In «projeg. een proces. ©chelterhaufen, brandstapel.
Stechtéfîreit, rechtsgeding, ©eigein, jgeeselen.
baé Urthell, |het vonnis. ^eitfclKn,
bet Befcheib, SanbeéüetrocU verbanning.
Sorlaben, dagvaarden. fung.
Militaire waardig heden en derzelver
t o e b e il 0 0 r e n.
«In ©olbat, een soldaat. ©chlegpulbet/ kruit. •
trlegéoolf, 4. krijgsvolk. ein .Ç)elb, 3. een held.
bl« îOîonfur, 1de monteering. baé guguolf, 4. het voetvolk.
bl« Uniform, ' de uniform. Sreiroilllge, vrijwilligers.
bl« 2ßa|fen, de wapens. bet ©tab (a). de staf.
baé ©eroe^r, 2. het geweer. ©encrai (a). generaal. |
günbnabel? naaldgeweer. Selbmarfchall, veldmaarschalk. 1
geroehr, bet Dberfïc, de overste.
bl« günte, 3. de snaphaan. SDïajor, majoor.
baé Bajonet, de bajonet. bet Slbjutant, de adjudant.
ber Sauf (an). de loop. ein Dber|ïllcu? een luitenant-
bl« iîolbe. |de kolf. tenant 3. kolonel.
ber Äolben, ûuarticrmeifîer, kwartiermeester.
baé 4. het slot. -Hauptmann, kapitein.
bl« ©chraube. de schroef. Sîittmeljîer, ritmeester.
b«t (a), de haan. Sieutenant, 3. luitenant.
b«t Srücfer, 1. de trekker. gähnrich, vaandrig.
Sabefïod (ö), de laadstok. bl« Sahne, 3. het vaandel.
^afrontafch«. patroontasch. Sahnenjunfer, vaandeldrager.