Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
410.
bcc ^rafibcnt,
ein JF)ofmonn,
bte J^opeutc,
jïamtnerhccr,
dn Siitter,
bec aibgefanbte,
bec ©efanbte,
ber Siafh (ä),
ber feibarjt (a),
(£cha|mdfïer,
3ventmd(tcr,
JÊ)ofmci(ïcr,
©ecretär, m. 2.
©ehelmfchcd?
ber, 1.
de president,
voorzitter,
een hoveling,
de hovelingen,
kamerheer,
een ridder.
jde gezant.
de raadsheer,
de lijfarts,
schatmeester,
rentmeester,
hofmeester.
een geheim-
schrijver.
bte Sibliothef,
ber Sucher?
faal (a), 2.
bte -Oofbame,
©taUrndder,
3ucferbäcfer,
Sonbttor,
eine jjammer?
jungfcr,
ein £acfd,
ein Käufer,
bec jfoch,
Küchenjunge,
ein jfutfd^er,
eine jjutfche, 3.
ber ©chlag (ä),
jfutfchenft^,
SocE (ö), 2.
de boekerij.
de hofdame,
stalmeester.
jconfiturier.
eene kame-
nier,
een lakei,
hardlooper.
de kok.
keukenjongen,
een koetsier,
eene koets,
het portier.
Ide bok.
Kerkelijke
ber (ä), de paus.
Sarbinaf (ä), kardinaal.
waardigheden.
eine SJonnc, 3. eene non.
baé .S'lolïer (ö), het klooster.
Uen koster.
(Erjbifchof (a), aartsbisschop, dn j?ü(ter,
Sij^^of (ö), bisschop. ©lörfner,
dn 2t6t (a), een abt. ein €antor, leen voor-
gapellan, kapelaan. SSorftngcr, > zanger,
ein $Pfarrer, een pastoor. ein £)rgani(ï, een organist.
predikant. dn (Sinfieblcr, kluizenaar,
dn ?D?Önch' 2. een monnik. bie €inftebeld, de kluizenarij.
Burgerlijke waardigheden met alles, wat
daartoe behoort.
ber COIagi?
ber ïüatf), 2. de raad.
(trat,m. 3. de overheid. Sürgermcider, burgemeester,
bie Obrigfeit, > ber Sitchter, 1. de rechter,
bie 3iathé(ïu? de raadzaal. ber 3lathéherr, de raadsheer.
6e, 3. bcr jïanjler, de kanselier.