Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
407.
einlegen, m. 1. een degen,
bic ©cheibc, de schede.
ein Scgcnge?
hcnf, n. 2.
Segcnfoppcl,
ein ©ürtcl, 1.
bcr SRachttifch,
eine .Ç)aubc, 3.
ber Äopfpu^,
een draagband.
I degenriem.
een gordel,
de kaptafel,
eene vrouwen-
muts,
het hoofdsie-
raad, kapsel,
de pluim,
haarspeld,
de kam.
de poeder,
eene doos.
de kwast,
de pommade.
ber gcberbufch,
.^aarnabei, f.
ber Äamm, (3),
ber <puber, 1.
eine ®c(;achtcl,
bie £>na(Te, 3.
bie ^poramabe,
5ßSohIriechenbeg reukwater.
SBaffer,
©c^minfe, blanketsel.
3ahnftocher, m. tandenstoker,
bie Safjnbür? de tanden-
jïe, schuier.
Sahnpult'«'', tandpoeder.
m. oorring.
0()rengef)angc, oorbellen,
ein .^alébanb, een halsband,
ein J^alétuch, een halsdoek,
ein (angeé Äleib, een japon.
4.
©chnürbrnfï, keurslijf.
eine 3acfe, een jakje, buis.
ein geibc^en, leen rijglijf,
ein Sorfet, korset.
eine ©c^urje, een voorschoot.
ein Simaionenfkib, i -i i .
„ , ^eenrnkleed.
3ielffleib, n. 4. i
baé 35anb, n.
(Schleifen, f. 3.
(Schnüre, f.
ber gâcher, 1.
ber SOîantel (ä),
3lrmbanber, 4.
ber .Ç)anbfctnih/
ber ®Juff(ü),
ein Sîing, m. 2.
eine Uhr, 3.
Uhrfette, f.
baé @laé, 4.
Sifferblatt, 4.
ber 1-
bie g-eber, 1.
ber (Strumpf,
(Strumpfbän?
ber,
bie echnalle,
bie Jnnge, 3.
bie Stiefel, l.
.Ç)alb(îiefel, 1.
©tlefcljieher,
etiefclfnccht,
bie «pantofeln,
bie Schuhe, 2.
Oberleber,
bie Sîiemcn,
bie ©Ohle, 3.
ber 2lbfa^ (ä),
bieOöäfche,
ein J^emb, 3.
ein Oberhemb,
, ein Unterhemb,
baé aiohr (ö),
bcr ©tocf (6),
het lint.
strikken,
koordjes, snoe-
ren,
de waaier,
de mantel,
armbanden,
de handschoen,
de mof.
een ring.
een horloge,
horlogeket-
ting,
het glas.
wijzerplaat,
de wijzer,
de veêr.
de kous.
kousebanden.
■ de gesp.
de tong.
de laarzen,
halve laarzen,
laarzentrekker,
laarzenknecht,
de muilen,
de schoenen,
bovenleder.
de riemen,
de zool.
de hiel.
het linnengoed,
een hemd.
een overhemd,
een onderhemd.
de rotting,
de stok.