Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
418.
Over de bloedverwantscliap.
t»ie gamitte, 3. de familie, het
huisgezin,
de huisvader.
bcr .^auéoa?
ter (ä),
bcr S)?ann,
€"hemann, 4.
bie grau,
(Ehefrau, 3.
baé ffficib, 4.
ber -aSater (ä),
bie COïuttcr (ü),
bie (Eltern,
baé Äinb, 4.
ber (Sohn (ö),
ber Srubcr (ü), de broeder,
ber 2lelte(ïe, de oudste,
ber Süngfïe,
bie (gd)n)eftcr,
(Befchroilïer,
(>de man.
de vrouw.
de vader,
de moeder,
de ouders,
het kind.
de zoon.
gelbliche
fchiviiïcr.
de jongste,
de zuster,
broeders en
zusters,
vollfe broeders
en zusters.
.^albgcfchroifïcr, halve broeders
en zusters,
©cfchroifïer? volle neef, volle
finb, 4. nicht.
(Stieföater (ä), stiefvader,
©ticfmutter (u), stiefmoeder.
bie ed;nur, 3.
©chmieger?
toch ter (ö),
beé ©ohné
grau, 3.
ber ©tieffohn,
©tieftochtcr,
©tieffinbcr,
©tiefgefchroi?
Her,
ein ©tiefbru?
ber,
©tiefelfern,
ber ©rogoater,
bic @ro0niuffer,
ein €nfel, m. 1.
Snfclln,
eine Urenfe?
lin, 3.
ber Dheim, 2.
ber Dnfcl,
bic SSKuhrae, 3.
bie Saufe,
bet Sieffe, 3.
bie Seichte, 3.
©chmiegerba?
ter (ä),
©chroiegcrmuf?
ter (ü),
bcr (Eibam, 2.
©d;n3icger?
föhn, 1.(0),
ïod;termann,
schoonvader.
schoonmoeder.
dochters man,
de schoonzoon.
bet ©chiuagcr,
bie ©d;mage?
tin,
bcr aïeffcr, 1.
(pl. n.)
Gouéin,
de zoons vrouw,
schoondoch-
ter.
de stiefzoon,
stiefdochter,
stiefkinderen,
stiefbroeders of
stiefzusters,
een stief- of hal-
ve broeder,
stiefouders,
de grootvader,
de grootmoeder,
een kleinzoon,
kleindochter,
een achterklein-
dochter.
|de oom.
j-de moei, tante.
de neef, broe-
ders of zusters
zoon.
de nicht, broe-
ders of zusters
dochter,
de zwager,
de schoonzus-
ter.
de neef, (zoon
van eenen
oom of van
eene moei.)