Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
399.
bcr ÏJJIaèrcgcn,
Siegenbogen,
ber Shan, 2.
ber Sßebel, l.
ber 3ieif, 2.
bie jïalfe, 3.
baé gié, 2.
bic giéfdjoae,
ber giéjapfen,
baé ©laftelé, 2,
bie ©leitbahn,
©chleifbahn.
ein SKenfd), 3.
dn ?Oïann, 4.
baé ÏÏJeib, 4.
bic grau, 3.
dn Äinb, n. 4.
dn Änabe, 3.
ein Jüngling,
baé SUäbchen,
bie ïodjtcr,
eine ^erfon, 3.
bie 3ugenro,
baé Qllter, 1.
bie Sieije, 2.
-C»äßlichfeit,
bic ©eberben,
baé Slut, 2.
dn ©rdé, m. 2.
baé Seben, 1.
©efunbhdt,
ber dorper, 1.
ber Selb, 2.
bie .^aut (ä),
bie jfnochcn, 1.
baé Süarf, 2.
de stortregen,
regenboog,
de dauw.
de nevel,
de rijp.
de koude,
het ijs.
de ijsschots,
de ijskegel,
de ijzel.
ide glijbaan.
I sullebaan.
dn giébrccher,
ed;littfchuhe,
bcr Schnee,
edjlittfchuh
laufen,
gchnecflocfcn,
ein ©chncebal?
Icn, 1.
ber @d)Iitten,
eine ©d;eae, 3.
Over den mensch.
een mensch.
een man.
jde vrouw.
een kind.
een jongen,
een jongeling,
het meisje,
de dochter,
een persoon,
de jeugd,
de ouderdom,
bevalligheden,
leelijkheid.
de gebaren,
het bloed,
een grijsaard,
het leven,
gezondheid,
het lichaam.
de huid.
de beenderen,
het merg.
ein ©lieb, n. 4.
(gchönhdt,
bie ©ef5d>t^far'
bc, 3,
eine Slonbine,
bie '3Jbcrn, f. 1,
ber jfopf (ö),
bieJ^aare,n. 2.
baä ©ehirn, 2.
bie J&irnfd)ale,
baö ©cficht, 4.
baiJ Slngeftcht,
bie Stirn, 3.
baö 31uge, 3.
21ugenbrauncn,
baß 21ugenlicb,
Slugapfd (ä),
bie 5nafe, (3).
JRafenlocher, n.
bic Sacfen,
^Saugen, f.
baß Ohr, 3.
ber SJiunb, 2.
bic Sippe,
een ijsbreker.
schaatsen,
de sneeuw,
op schaatsen
rijden,
sneeuwvlok,
een sneeuwbal.
de slede,
eene schel,
bel.
een lid.
schoonheid,
de kleur in het
aangezicht,
eene blonde,
de aderen,
het hoofd,
de haren,
de hersens,
de hersenpan,
het gezicht,
het gelaat,
het voorhoofd,
het oog.
wenkbrauwen,
het ooglid,
oogappel,
de neus,
neusgaten,
de wangen.
het oor.
de mond.
de lip.