Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
Cicero heeft als 15 redenaar 16 en wijsgeer 17 schier al de
andere 18 Eomeinen 19 overtroffen 20. Nooit week hij af
van 21 het pad 22 der zedelijkheid 23 en welvoegelijkheid 24.
13. Serfïanb, m.
14. geübt.
15. i)<xt alé.
16. 3iebner, m. 1.
17. aßeltiueifer, m.
18. fafi öDe anbern.
19. Slomer, m. 1.
20. übertroffen.
21. nie mic^ er ab
»on (3).
22. spfab, m. 2.
23. etttlirfjfelt, f.
24. 5Sof)Ian|lanbtg^
feit, f.
OEFENING.
Het meervoud te vgrmen van de volgende woorden:
baé ï^icr, het dier.
ber J^alé, de hals.
ber 3af)n, de tand.
bie êc^ulter, de schouder,
bie ^anb, de hand.
ber Sifcfc, de visch.
bie Droffel, de lijster,
ber het hert.
ber J^unb, de hond.
ber Slügel, de vleugel,
bet 5iïi§, de rivier,
bcr Sjac^, de beek.
bie SDIanbcl, de amandel,
bcr Siittcr, de ridder,
bet jfönig, de koning.
bic Sraut, de bruid,
ber j^aifet» de keizer,
bcr Dlocf, de rok.
bie (gicf)el/ de eikel,
ber J^alm, de halm.
bie Sruc^t, de vrucht,
bet SJïunb, de maan.
bet ©tcrn/ de ster.
bic «Dlaué, de muis.
baé ^fcrb, het paard,
baé SDiCtall, het metaal,
ber @torc^, de ooievaar,
baé SSrob, het brood,
baé SKc^, de ree.
bcr guc^é, de vos.
OPSTELLEN TER VERBETERING.
S)ic Sruc^)fe (f.) beé SSaumcé
(m.) ©ie ©o^nc bcé jföntgé.
@icb bie S5riefen (m.) ben Ot)ei#
me. ©ie SSafferfälle (m.) ber
?5ac^)en (ra.), ©ie Stammen (m.)
ber SSaumcn (m.). J)ie güc^fc
(m.) unb ÏBolfen (m.) fïnb Sfiaub;
tuieren (n.), Saé ("■)
jfu^e (f.) unb @£t)äfc (n.) ber
©djmcine (n.) unb bcr .C'iff«^'"
De vruchten van den boom.
De zonen des konings. Geef
de brieven aan den oom. De
watervallen der beken. De
stammen der boomén. De vos-
sen en wolven zijn roofdieren.
Het vleesch der koeien en scha-
pen , der zwijnen en der her-
ten. De wallen, de torens en