Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
394.
3n bie jvirc^c ge^cn.
Saut lefen.
Slehnlichfeit mit Stmaé
2Benn mit recht t(î.
95linbe Äuh fpiclen.
l|î jerbrochcn.
(Etmaé aué bet Safere itchen.
Naar de kerk gaan.
Hard op lezen.
Naar iets gelijken.
Zoo ik het wel heb.
Blinde mannetje spelen.
Het is gebroken.
Iets uit den zak halen.
VERZAMELING VAN ZOODANIGE WOORDEN, WELKE
DE ALLERNOODZAKELIJKSTE ZIJN IN HET
SPRAAKGEBRUIK.
Over den Godsdienst.
©Ott, m. 4. (ö),
SefuSehrifiuS,
ber heilige
(Seift, 4.
bie Jungfrau
S)?arta,
ein Engel, m.
ein @ci(t, m. 4.
bie J&eillgcn,
baS ^arabieö,
bie ^)ölle, 3.
ber Scufel, 1.
baö ©efpenll, 4.
bie Religion, 3.
ein ehriff,
bcr Siömifchfa?
thollfche,
ein^rofedanf,3.
Sutheraner,
bcr Sfleformir?
te,
ein j?c§er, 1.
ein -Heuchler, 1.
God.
Jezus Christus,
de heilige geest.
de heilige
maagd,
een engfel. ^
een geest,
de heiligen,
het paradijs,
de hel.
de duivel,
het spook,
de godsdienst
een christen,
de Roomsch-
katholieke
een protestant,
lutheraan,
de hervormde,
gereformeer-
de,
een ketter,
een huichelaar.
bcr Scheinhei?
lige,
ein Sd;n3ärmer,
cin Surfe, 3.
cin 3ubc, 3.
cin -Heibe, 3.
ber @Ö§e, 3.
Slbgott, 4.
©o^cnbiener,
3lbgötterci, f.
Slthcid, 3.
bie .Kirche, 3.
-Hauptfirchc,
bic Äanjcl, 1.
ber Slltar (ä),
eine Jfapette, 3.
bie Drgel, 1.
baö Slauchfag,
baö Ärujlfij:,
SSeihroailer,
bcr Seichtffuhl,
bie Seichte,
eine -Oo^ie,
de schijnheili-
ge-
een dweeper.
een Turk.
een jood.
een heiden,
de afgod.
afgodendienaar,
afgoderij.
Godloochenaar,
de kerk.
hoofdkerk,
de kansel, de
predikstoel,
het altaar,
eene kapel,
het orgel,
het wierookvat,
het kruis,
wijwater,
de biechtstoel,
de biecht,
eene hostie.