Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
393
^Oîan mug eé nic^f fo genau Men moet het niet zoo nauw
nehmen. nemen.
Siefe (Sache ifï nicht »or fich Deze zaak heeft geenen voort-
gegangen. gang gehad.
gaffen @ie uné h'crti'^n Laat ons een speldje daarbij
brechen. steken.
(Er ifï ein wohlhabenber COîann. Hij kan het wel stellen.
@ich in frembc Jg)änbel mifchen. Zijnen neus in eens anderen
zaken steken.
îBir motten uné barüber ücr; Wij zullen er eens op slapen.
?Oîû§ig gehen. (fchlafen. Ledig zitten.
£r hat mir biefeé jum pojfen Hij heeft het gedaan om mij
gethan. eene poets te spelen.
2)aé mirb ju grob. Dat gaat te ver.
@ich einer (Sache befieigigen. Zich op eene zaak toeleggen.
3ch habe ti abgelehnt. Ik heb het van de hand ge-
Er ifï ein 3aherr. Hij is een jabroer. (wezen.
"2Juf Etmaé fugen, ftch auf Op iets steunen.
Etmaé fïûgen.
jn biefem J&aufe geht 2Jtteé In dit huis gaat alles het
brunter unb brüber. onderste boven.
Er i(ï augerlï in bie Enge Hij is zeer in het nauw ge-
getrieben morben. bracht.
Einen fehr übel behanbeln. Iemand zeer kwalijk behandelen
Der ©eneral an ber 6pige ber De generaal aan het hoofd j
2lrmee. des legers. '
3ch habe geenbet, ich bin bamit Ik heb gedaan, ik ben er
fertig. mede klaar.
Etmaé ju terfaufen haben. Iets te koop hebben.
3um genfïer hiuauéfatten. Uit het venster vallen.
3ch habe meine Urfache baju. Ik heb er mijne reden voor.
?Wan fann ihm nichté recht Men kan hem niets naar zijnen
machen. zin maken.
3emanbem 9îecht geben. Iemand gelijk geven.
Die 3eit jubringen. Den tijd doorbrengen.
Daé eerfïeht fich- Het spreekt van zelf.
Etmaé behalten. Iets houden, niet wedergeven.
3u Bette gehen. Naar bed gaan.