Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
386.
<S.tmß banjiber dnjuwenbcn
hatcn.*
Vor grcube außer fich fein.
3tt eö Dir gtnfl?
Er tf{ auegejogen.
(Sr hat einen großen Anlauf,
©ich fegen, ftch nieberfegen.
jrgenbroo hinziehen.*
Äetne^roegeö.
3n bie Safche grdfen.*
Die geber ergreifen.*
Siüeö mit geuer unb ©chraert
Vierheeren.
Unter ©egel gehen,* abfegein.
Einen Änaben jur ©cl;uie fen?
ben.
©einem Verbruffe Suft machen.
Eine ©ache bcr anbern »or?
jiehen.*
Der Erwartung cntfprechen.*
©cine Pflicht thun.*
icmanbem ©enüge lei(?cn.
3nö Sldne fchteiben.*
3n bie glucht jagen, fchlcigen.*
Etroaö anjunben, anflecJen.
2luö bcm Senfter guden.
2lnö £anb treten.*
©ich an bie 2lrbdt machen.
Daä ^Better heitert fich auf.
iäu^roenbig lernen.
Eiblich befräftigen.
©parieren gehen.
3n einem ©arten herum fpa?
jicrcn.
Ueber Etwa^ berathen.
gertig fein.*
Einblöbcö,furje^©cfichfh«&en.*
Iets daarop te zeggen of te
vitten hebben.
Door vreugde vervoerd worden.
Is het u ernst?
Hij is verhuisd.
Hij heeft veel aanloop.
Gaan zitten.
Zich ergens ter woon begeven.
In geenen deele.
De hand in den zak steken.
De pen opvatten.
Alles te vuur en te zwaard
verwoesten.
Onder zeil gaan.
Eenen jongeling ter school
leggen.
Aan zijn verdriet lucht geven.
Eene zaak boven de andere
verkiezen.
Aan de verwachting beant-
woorden.
Zich van zijnen plicht kwijten.
Iemand genoegen geven.
In het net overschrijven.
Op de vlucht drijven.
Iets aansteken.
Uit het venster kijken.
"Voet aan land zetten.
Aan het werk gaan.
Het weder heldert op.
Van buiten leeren.
Met eenen eed bevestigen.
Gaan wandelen.
In eenen tuin rond wandelen.
Over iets beraadslagen.
Klaar zijn, gedaan hebben.
Bijziende zijn.