Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
382.
van het land. Eenigen tijd daarna kwam zijne vrouw met haren
twaalfjarigen zoon Hans bij hem in het gebergte. Eransche
soldaten hadden haar verblijf vernomen 2 en haar gevangen
willen nemen. Hofer gevoelde 3 dat zijne veiligheid 4 van
geenen langen duur meer zoude zijn. Maar de bergen lagen
vol S7ieeuw; aan vlucht was niet meer te denken. Op eenen
morgen 5 tegen lialf vier, ontwaakte Döninger, die met Hans
op den hooizolder 6 sliep. Hij hoorde uit nog tamelijke verte 7
talrijke in de bevrorene sneeuw krakende schreden. Angstig 8
keek en luisterde 9 hij onder het dak naar buiten; toen be-
merkte hij eenen franschen officier, vergezeld door den boer
Eaffel. De laatste trad aan de hut, luisterde 9 aan den wand
en fluisterde 10 den officier toe: „zij zijn er in," en vluchtte
schielijk weg. De ellendeling 11! Voor eenige dagen had hij
Hofer in de hut ontdekt en was eerst door onvoorzichtigheid 12,
toen door vrees, tot verrader geworden. De officier ijlde
terug en haalde schielijk 600 man, om den gevreesden held
te vangen.
1. empfehlen. 5. efneé ïOïor? 8. a'ngfïlich' 11. ber €(enbe.
2. erfahren. gené. 9. laufchen, 12. Unflughdt-
3. ahnen. 6. JP)euboben. horchen.
4. @id;erheit. 7. Entfernung. 10. flüftern.
97. Vervolg.
Döninger en Hans schreiden luide. Hofer werd door zijne
vrouw gewekt. Hij overtuigde zich, dat aan tegenweer niet
te denken was. Onverschrokken en met waardigheid trad hij
voor den dag. „Verstaat iemand van de beeren Duitsch ?"
sprak hij. En toen de officier voortrad, zeide hij: „Welaan,
„ik ben Andreas Hofer, voormalig 1 kommandant der Tyrolers.
„Doe met mij wat gij wilt. Maar voor mijne vrouw, mijn
„kind en dezen jongen mensch bid ik om genade. Zij zijn
„waarlijk onschuldig."
Die barbaren — Italianen waren het — vielen in wilden
lust op hem aan 2, bonden hem en de zijnen, rukten 3 hem
als een aandenken aan deze heldendaad haren uit zijnen eer-
waardigen baard, dat het bloed er afstroomde 4. Half gekleed
1. ehemalig. 2. fielen ... über ihn h"". 3. reißen.