Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
371.
82. Vervol g.
De Helena zwom niet meer, zij vloog als een vogel of als
een panther of als een eland 1, welke aangeschoten 2 is, gelijk
de storm die er komt aanbruisen 3, vloog zij. De wateren 4
van den melkwitten Ohio schoten neder 5 als of zij uit damp-
raketten 6 geschoten werden, altijd wilder werd hun loop; de
oevers van Kentucky rechts met hunne katoenboomen 7 schoten
als razend ons voorbij; het woud vloog voorbij als of een
panische schrik hetzelve bevangen 8 had; de oevers van Illinois
links dansten ons voorbij. Als wilde heksen 9 die op hare
bezemstelen 10 Icomen aanrijden 11, dansten de verbazende 12
boomstammen voorbij. Achter ons verdwenen de hooge Mis-
souri-oevers met hunne wouden in den achtergrond 13; en
de aanleg 14 van den kolonel Boon in den voorgrond 15, zij
werd kleiner in iedere seconde; en in eene minuut scheen
zij slechts nog zoo groot als een duivenslag 16. Alles zwom
voor, achter ons, alles ijlde, dreef 17, vloog, bruiste. "Wij
hadden allen zien en hooren verloren. Hoera's bij 18 duizenden,
zeven stoomers, suizende, bruisende, dreunende, vuur-
spuwende, alles verdween voor onze oogen en zinnen.
1. <S(enff)ier. 6. Sampfrafcte. 10. Scfcnftiel. 14. pflanjung.
2. anfc^icgcn. 7. SaumrooUcn? 11. geritten 15.58orbergrunb.
3.herangebraufï. baum. fommen. 16. Saubenhaué.
4. ®en>ä(Ter. 8. in i^n fahren. 12. ungeheuer. 17. treiben.
5. f;erab. 9. f. 13..^intergrunb.l8, ju.
83. Vervolg.
Het woud onder Trinity vloog ons te gemoet; voort ging
het; de roeren 1 kraakten, de menschen huilden 2 voor ons
achter ons; hoera, hoera. liet was een galopade, een reu-
zenstrijd 3. Trinity, het doel 4 voor ons, wij bijna overwinnaars 5.
Op eens schreeuwt de kapitein: hij is ons voor; en dan kijkt
hij zoo strak 6 en vat 9 de leuning 7 zoo stijf 8 aan 9 en bijt
zich de lippen zoo bloèdig te zameii. Kapitein, zeg ik, hij
is niet voor. — Kijk, mijnheer, hervat hij, kijk. Ik kijk, en
l.Sluber. 3. S^iefenfampf. 5.©ieger. 7. ©elanber, n.
2. heulen. 4.3iel, n. 6. (fier. 8. (ïarr.
24*