Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
370.
gewijzell vau het voorhoofd liep, en uit onze pijpen 12 begon
het nu te fluiten 13, dat het een pleizier was. Wij voeren
recht in den Ohio en de Washington was ons bijna op 14.
Nu weet gij echter, dat de Mississippistroom, terwijl hij in
eene rechte lijn van boven afkomt 15 den Ohio eenige mijlen
ver naar Trinity terugdringt 16. Een schooner waterspiegel
voor eenen wedstrijd is er niet in de wereld.
11. (ïromiDclfe. 13. pfeifen. 15. hcrabfom? 16. jurüdbram
12.3iohr. 14'. jur ©eite. men. gen.
81. Vervolg.
l)e beide stroomen hebben juist de rechte breedte, te zamen
vier tot vijf mijlen en 'de strooming 1 is geheel in uw voor-
deel, wanneer gij den Ohio binnenvaart, juist dewijl hem
de Mississippi van boven terugdringt. Wij hadden dus een
klein voordeel boven 2 onze tegenpartij 3, die altijd sterker
bruisend aankwam 4, achter hem de andere vijf stoomers die
insgelijk de sporen aangelegd hadden. Onze Helena was echter
nog altijd vooraan. De lucht sidderde van hitte, damp, ge-
suis 5, gebruis 6, gebrul. Thans was de vijand ons hard in
den nek 7; het spiegelbeeld 8 van vader George in gelijke linie
met onzen achtersteven 9. — Helen Mac Gregor, houd u
goed, riep ik — houd vollO-, legt aan, jongens, schreeuwde
ik, tien dollars, zoo gij braaf stookt! — Hoera, riepen de
andere passagiers, — hoera, de Washington verliest — blijft
achter 11! — De kapitein keek 12, konde echter geen woord
voor den dag brengen \2>, zijne lippen waren samengeperst 14
als of zij aan elkander gespijkerd 15 waren; hij stond daar als
een standbeeld 16. Wij gingen twintig knoopen 17 en moesten
nu uithouden of achteraan 18 bij de overige vijf stoomers.
Alle voegen 19 kraakten, de machine dreunde 20, brulde, de
damp huilde, siste.
1. Strijmung. 7. Sïacfen. 13. ^erpor? 16. Bilbfauie.
2. por. 8. @piege(bi(b. bringen. 17. Änote, m.
3. ©egner. 9. ©tern. 14. jufammen? 18. hintenbrein.
4. herankommen. 10. auéhaften. preffcn. 19. guge, f.
5. @;faufe. 11. jurücf. 15. nageln. 20. bröhnen.
6. ©ebraufe. 12. fchauen.