Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
364.
boven het portaal. Hier zag men, bijna midden onder vlam-
men, die van alle kanten samejisloegen, eenen man staan, en
een tweede scheen zich moeielijk 9 op te richten, terwijl hij
zich aan de leuning 10 van het balkon vasthield. De groote
hoop beneden staarde 11 het ontzettende 12 schouwspel aan;
de beide mannen schenen reddingloos 13 verloren en iederen
oogenblik verwachtte men of hen door de vlammen verteerd
of zich vol wanhoop van het hooge balkon te zien neder-
storten. Geene ladder 14 was hoog genoeg, geen mogelijk
middel te bedenken 15. Het meisje zag met strakke 16 oogen,
met geboeide 17 gelaatstrekken als versteend 18 en starend 19
naar het balkon. De gansche massa menschen was als door
ontsteltenis verlamd 20, geen geluid liet zich hooren.
9. mühfam. 12. cntfcglich. 15. crfinbcn. 18. ücrfieincrn.
10. ©elanber,n. 13. rettungéloë. 16. (tarr. 19.unüern)anbf.
11.fïarrcn. 14. gciter, f. 17. fcfïgcbannf. 20. lähmen.
73. Vervolg.
Plaats daar! riep eene stem en men zag eenen korten,
sterken man in eenen groven, blauwen overrok met eenen
rooden kraag 1, met geweld door de menigte dringen 2. Een
lang sterk touw 3, aan welks eene einde een ijzeren haak 4
vast gemaakt 5 was, droeg hij om den eenen arm gewonden 6.
Gij moet achteruit gaan 7 en mij plaats vergunnen 8, riep
hij, terwijl hij het touw 9 afrolde 10, het eene einde aan-
vatte 11 en beproefde het met den haak voorziene naar het
balkon te slingeren 12. De dicht om hem heen gedrongene
menigte hinderde hem.
Terug daar! riep hij, anderen hielpen hem terug dringen
en toen hij zooveel ruimte had, dat hij het touw eenigermate
in groote bogen zwaaien 13 konde, drongen de naastbij-
staanden 14 van zelf terug, om niet door den ijzeren haak 15
getroffen te worden.
Na eenige vergeefsche beproevingen 16 gelukte het hem, het
1.jfragcn, m. 5. bcfcfligen. 9. gtricf, m. 13. fchmingcn.
2. ftcb bra'ngcn. 6. minbcn. 10. aufreidcln. 14.bcr3?äch|i«.
3. (Strid, m. 7. jurüdtreten. ILanfaffcn. 15. .^afcn, m.
4. J^afett, m. 8. gönnen. 12. fchleubern. 16. 33crfnch.