Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
363.
71. Vervolg.
Eindelijk toen het meisje verzekerde dat zij geheel hersteld 1
was, waagde men de beslissende 2 poging 3 Beiden werden nu
door eene massa menschen voortgedrongen, welke hetzelfde
oogmerk 4 hadden. Zij geraakten 5 in het midden dezer altijd
angstiger voorwaarts dringende 6 menigte; het teedere meisje
was in gevaar dood gedrukt 7 te worden. Met groote inspan-
ning 8 hief Buil haar in de hoogte, opdat zij door de naast-
bijzijnde 9 gedragen werd. Foor 10 het geweld der voorwaarts 11
dringende menigte moest ieder hinderpaal 12 wijken , eu
gelijk een machtige stroom, ineengedrongen 13 tusschen
rotswanden 14, zoodra hij zich weder vrij bewegen kan, zich
naar alle kanten uitstort 15, zoo verdeelde 16 zich als voort-
gedreven 17 door elastieke 18 veêren , de samengeperste 19
hoop, zoodra zij de vrije plaats bereikten. Thans eerst waren
beiden gered en durfden het zich bekennen 20. Zij ijlden
om zich van het slot te verwijderen, en juist wilden zij over
de richting, die nu te neuien was, beraadslagen 21, toen zij
een machtig, luid roepen om hulp hoorden.
1. fid) «riolen. 7. crbrücfcu. 13. eingeengt. 19. jufammen?
2. entfd;eibent». 8.2inftrengung.l4. gelfenwanb. preffen.
3. SSerfuch. 9. tier3ïad)|le. 15. ergiegcn. 20. gefielen.
4. SMbficht. 10. n>eid;en(3). 16. jertheilen. 21. fic^ bera?
5. gerat^en. ll.üorroarté. 17. fortfchnellen. tf^en.
6. eocanbrtngen. 12. .^inbernig. 18. ela(ïifch.
72. Vervolg.
Mijn God, riep het meisje, hij is het! en wendde zich,
met angst en ontsteltenis 1 in alle gelaatstrekken 2, naar het
slot. Het roepen klonk 3 weder nog angstiger 4, nog sterker,
en het meisje alsof zij de gevaren vergeten had, aan welke
zij nauwelijks ontkomen was, drong 5 onbevreesd 6 tusschen
de menigte, die door het roepen gelokt 7 werd. Buil ijlde
haar na, met alle inspanning trachtende 8, zich in hare nabij-
heid te houden. Het roepen om hulp klonk van het balkon
1. (Entfegen. 3. erfchaßen. 5. ftd) brängen. 7. herbei jie^en.
2. gug. 4. Sngfïlich. 6. furchffoé. 8. bemüht.