Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
361.
uitgeput 7, moest hij het onmachtige 8 meisje meer sleepen 9 dan
dragen. Zij naderden reeds den trap, toen eene heldere vlam
hun den weg versperde, door deze was de rook verteerd,
maar eene brandende hitte in de plaats getreden 10. Het
meisje schepte 11 adem, richtte zich op, hij omvatte haar,
schoof 12 haar van de richting van het vuur weg, beschutte 13
haar en zich met den mantel, dien hij de vlam voorhielden
drong nog eens gelukkig door. Het meisje was, gelijk het
scheen geheel bijgekomen 14, zij liep met hem ijlings 15 voor-
waarts, en juist toen zij den grooten trap bereikt hadden, zagen
zij in den verren gang, door den dikken rook twee mannelijke
gedaanten 16 naar 17 eene vleugeldeur loopen 17. Zij was
gesloten; met groot geweld greep 18 de eene het slot; de
deur ging krakend open en zij stormden in het vertrek, ter-
wijl zij de deur klaarblijkelijk 19 om den rook tegen te hou-
den 20 , schielijk 21 weder sloten.
4. fchmanfen. 9. fd;lcppen. 13. fcfeü^ett. jufc^rdtcn.
5. hinfallcti. 10. atl bic ©teile 14. fich erholen. 18. ergreifen.
6. auf fie ju. treten. 15. eilig. 19. offenbar.
7. erfchöpfen. 11. fchöpfen. 16. ©efïalt. 20. abhalten.
8. ohnmächtig. 12. fchieben.* 17. auf____ 21.fchnea.
69. V e r V o 1 g.
Toen nu de veilige 1 ttap voor hen lag, waagden beiden het
eerst 2 voor een oogenblik adem te scheppen, en terwijl het
meisje de lange wimpers 3 opsloeg, de groote oogen opende
en haren redder aanzag 4, schrikte deze en twijfelde 5 niet
meer, dat het hem gelukt was diegene te redden, die hij reeds
voor verloren aanzag. Zijn vermoeden 6 werd zekerheid 7,
toen hij de kleine hem wel bekende cassette bemerkte 8, welke
het angstige meisje 9 nog altijd krampachtig vasthield. Hij
liet niets merken, ook konde hij zich over de menigvuldige 10,
elkander doorkruisende 11 gevoelens 12, zijne eigene redding,
de redding van het meisje en de zeldzame verhoudingen 13
1. fïcher. 4. anblicfen. 7. (Bemißheit. 10. mannigfal?
2. juerfï. 5. jtceifeln. 8. erblirfen. tig.
3. 21ugenn)lm? 6. aSermu? 9. bie ©eäng? 11. burchfreujen.
per, f. thung. fïete. 12. ®efühl.