Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
360.
17. bumpf. 19. mibcrhatlcn. 21.@rauen. 23. ringé um?
18. baé 3nncre. 20. crgrdfcn. 22. ungc^cucr. gcbcn.
24. furchtbar.
67. Vervolg.
De rookzuilen drongen %em achter na 1 en dreigden hem
te verstikken 2. Hij vond eenen trap die nog niet brandde en
bereikte gelukkig de hooge gangen van de eerste verdieping 3.
Geen mensch was er te zien. Alle hadden zich uit den ver-
terenden afgrond van vuur 4 gered, in welks raidden hij zich
nog altijd bevond. De breede gang met de aanzienlijke ver-
trekken 5 op beide zijden strekte zich voor hem uit 6 en ge-
leidde 7 naar den grooten trap, die naar het portaal naar
beneden liep. Eeeds hoorde hij in de verte het gewoel 8 der
menschen en begon hoop te scheppen 9, ofschoon de rook hem
den adem belemmerde 10. Donker schenen 11 de vlammen
door de vensters der opene kamers en verlichtten helder 12
den rook, die de gangen vervulde 13. Toen rolde 14 eene
vreeselijke 15 dikke rookzuil uit eenen zijgang 16 en versperde
hem den weg. Donker roodachtig 17 kwam de gloed door de
dikke zwarte dampwolken te voorschijn 18, en met de laatste
inspanning 19 der wanhoop 20, den adem inhoudende 21 stortte
hij in den brandenden rook. Het gelukte hem, door zijnen
mantel beschut 22, dien hij over zijn gezicht hield, er 23 door
te dringen.
1. htnfcr {^m 7. fü^ren. 14. fich waljcn. 20. Söcrjipci?
her. 8. ©cmurmcl. 15. fiirchfbar. fiung.
2. crfïicfcn. 9. fchöpfcn. 16. ÏRcbcngang. 21. an fich hal?
3. (Stocfnjcrf. 10. hemmen. 17. röthltch. tenb.
4. gcuerfchlunb. 11. Ieud)fen. 18. herpor. 22. fchügen.
5. ©cmad^. 12. erhetten. 19. ginjlrcn? 12». wordt niet
6. auébehnen. 13. erfüüen. gung. vert.
68. Vervolg.
Eene opene deur gaf aan de rookzuil eene richting dwars 1
over den gang. Nauwelijks was hij er doorgedrongen of hij
zag een meiye alleen 2 angstig 3 loopen, wankelen 4 en ne-
dervallen 5. Hij ijlde naar haar toe% greep haar, en zelf
1. quer. 2. ein etnjelneé Sïfabchen. 3. angftPoH.