Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
359.
Kiiud, riep Buil, waar is de vrouw?
Weg 11, gered, antwoordde deze.
Maar het arme ^ kind, het lieve meisje uit Teilemarken,
de lieve, lieve — Louise — riep Buil.
Ja deze. Zij redde met alle bedachtzaamheid en terwijl de
vrouw in groote verwarring rondliep 12, bezwoer zij haar
zich het gewichtigste te herinneren 13. Toen herinnerde zich
de tante eene cassette 14 in een afgelegen 15 vertrek. liet
meisje ijlde daarheen, zij waren even te voren er samen 16
geweest — en wij hebben haar niet weder gezien.
9. kuchten. 12. herumlaufen. 14. gchatuKe. jufammcn
10. befchaftigt. 13. ftch berinnen 15.entfernt. ba.
11. fort. auf. 16. furj Sjorder
66. Vervolg.
Zonder verder bescheid 1 af te wachtten, stortte Buil bijna
bewusteloos 2 de deur uit 3; meer door instinkt dan door
overleg 4 geleid, liep hij den trap op, die naar het dakver-
trek 5 ging 6. Maar juist, terwijl hij de kamer naderde in
welke naar het bericht van den knecht de cassette stond,
stortten krakend en brandend de balken naar beneden, vlammen
en rook dwarlden 7 hem tegen en hij hoorde hoe de brekende
balken en muren altijd dieper naar beneden vallende, de
lagere 8 zolderingen 9 in het vallen verbrijzelden lü. De trap,
dien hij juist beklommen 11 had, was vernield, de terug-
tocht 12 hem versperd 13 en half bewusteloos ijlde hij in de
richting naar den gevel 14 van het slot, welke naar het slot-
plein is gericMYh. Om hem knetterden vlammen, kraakten
de brandende balken en terwijl de ontzettende 16 zekerheid:
zij is verloren, dof 17 in zijn binnenste 18 klonk 19, beving 20
hem met huivering 21 het gevoel, dat ook hij in het woeste,
verbazende 22 gebouw door den afgrond der vlammen rondom
omgeven 23 aan den verschrikkelijksten 24 dood prijs gegeven is.
l.Sefcheib, m. 5. ©Janfarbe, 9. Sccfe. 13. fpcrren.
2. bemugtloë. Sachffube. 10. jertrüm? 14. ga^abe,
3. jur S^ür hin^ 6. führen. mern. 3Sorberfcite.
aué. 7. tJ)irbeln. 11. befieigen. 15.ju3efehrf(3).
4. Ueberkgung. 8. unter. 12. ülücfiocg. 16. entfeglid).