Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
356.
gij Kaïn beminnen, die zich zeiven niet bemint? Wat hebt
gij dan van mij, dan tranen en zuchten? — Hoe kunt gij
Kaïn beminnen, die Abel doodsloeg ? Toen reikte 1 zij hem
Hanoch toe 1, haar kindje, en het kind lachte 2 zijnen vader
aan 2. Toen wierp zich Kaïn op zijn aangezicht onder de
terebinthe, snikte 3 en riep: ach, ook nog het lachen 4 der
onschuld moet ik zien! het is niet het lachen van den zoon
van Kaïn — het is Abels lachen, dien Kaïn doodsloeg!
Zoo riep hij en lag met zijn voorhoofd 5 op de aarde. Zilla
lichter leunde 6 aan de therebinthe — want zij sidderde zeer —
en hare tranen vloeiden 7 op de aarde.
1. barrcic^cn, 2. anläc^cfn, 3. fchluchjcn, 5. gtirn, f.
[scheidb.) [scheidb.) 4. Säckeln. 6. fich l«hncn.
7. fiicgert.
61. De slotbrand 1 te Kopenhagen.
Over de straten lichtte 2 de vurige hemel; eene menigte
vonken vielen overal heen; maar lichten waren er 3 in de
vensters geplaatst en stil en ijverig liepen enkele 4 mensclien
voort. De menigte werd altijd grooter, het gedrang 5 altijd
verschrikkelijker, het bruisende 6 gewoel 7 altijd geweldiger,
hoe meer zij het slot naderden. Machtige rookzuilen dwarlden 8
van de hoogte naar beneden, en men zag hoe de vlammen over
de huizen hare vurige tongen uitstrekken 9. Zij traden uit eene
enge steeg 10 te voorschijn de brug, die naar het slot ge-
leidt 12, de groote plaats en het brandende slot lagen voor hen.
1. Schlogbrant». 4. cinjcltt. 7. ©ctümnul. 10. @a|fc.
2. kuchten. 5. Gcbra'ngc. 8. roirbcln. 11. h«rüor.
3. blijft weg. 6. braufcn. 9. (ïrccfcn. 12. führen.
62. Vervolg.
Toen onze vrienden het slotplein 1 bereikten, stond de rechter
vleugel in vollen brand; de vlammen sloegen 2 uit de groote
vensters en dwarlden, tot eene verbazende 3 vuurmassa samen-
gedrongen 4, uit het brandend dak. Het midden van het slot
en de linker vleugel lagen donker en duister 5 daar, en over
1. ©chfogplag. 3. ungeheuer. brängen. 6.unermcglich.
2. heröorbtechen. 4. jufammen? 5. büjier. 7. grfïaunen.