Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
352.
trozen aan (het) land en terwijl zij op den oever rondliepen 3
voelde zich plotseling de eene van achteren vast gepakt 4.
Meenende dat een zijner makkers eene grap 5 met hem maken
wilde, riep hij: „wie is daar? ïWiiAu, laat dat Q." De andere
matroos Iceeh om 7 en schreeuwde : „een beer !" liep aan boord
en riep met luid geschreeuw de overige manschap 8. De ma-
trozen snelden 9 met pieken 10 en musketten 11 gewapend 12
naar de plaats. De beer verliet, toen hij hen zag naderen 13,
zeer rustig het verminkte 14 lichaam, sprong op eenen anderen
matroos aan 15 sleepte 16 hem weg 16, en begon de tanden in zijn
lichaam te slaan en in lange teugen 17 zijn bloed te drinken.
1. jurSluffu? 5.echcrj, m. 10. !pife,f. 15. ju.
chung. 6. lag baé fetn. 11. COIuéfete, f. 16. fortfc^lep?
2. Surchfcthrf/f- umbltcfen. 12. bewafnen. pen.
3. umherlaufen. 8. ?Wannfchcift,f. 13. herannahen. 17.3u9, m.
4. umflammern. 9. eilen. 14. t>erf{ümmeln.
53. Vervolg.
De geheele manschap werd hierdoor zoodanig 8 van schrik
bevangen 1 dat zij omkeerde en luds over hop 2 naar het schip
liep. Doch drie derzelve schepten 3 weder moed, drongen
op den beer aaw 4 en vuurden op hem. Deze, door eenen kogel
getroffen, richtte intusschen slechts zijnen kop omhoog 5 en,
het slachtoffer 6 in den muil houdende, drong ^ hij op de aan-
vallers 7 aan 4. Daar deze hem echter weldra zagen wankelen 9
liepen zij naar hem toe en doodden hem volkomen 10, verza-
melden 11 de verminkte ledematen 12 hunner kameraden en
begroeven dezelve. — Ook verhaalt men eene menigte gevallen 13
waarin 14 het gelukte den beren te ontkomen, gelijk men in
de volgende opstellen zien zal.
1. ergreifen.* 5. empor. 8. bergeflalt. 12. (Sliebmag,
2. über .^afé 6- ©chlrtchtop? 9. rcanfen. n. 3.
unb Äopf. fer, n. 10. pottenbé. 13. Saß, m.
3. faffen. 7.3lngreifer. ll.fammeln. 14. n>o.
4. einbringen.
54. Vervolg.
Een Hollandsche scheepskapitein 1 greep, in het jaar 1688,
eenen beer aan, dien hij met eene lans 2 zulk eene gevaarlijke