Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
351.
.klimaat 15 te trotseeren. Hij is zeer sterk, moedig en listig,
kan zeer goed zwemmen en onderduiken 16 en met zijne breede
pooten 17 ook over de sneeuw goed loopen; toch kan liij niet
lang onder het water blijven en bereikt 18 de dikwijls ver van
het land verwijderde ijsbergen slechts, door 19 van de eene
ijsschots 20 naar de andere te zwemmen.
14. raul;. 16. unterfau? 18. crreichcn. 20. (giéfchol?
15. jflima, n. c^cn. Vè.zieblz. Ic, f.
17. Sage, f. 178.
51. Vervolg.
De ijsbeeren gaan bestendig op roof 1 uit; voornamelijk
vervolgen zij de zeehoiden, die, buiten staat om met hen
eenen strijd 2 te bestaan, hun lot 3 zoeken te ontgaaTi door
op hunne hoede 4 te zijn en bij dreigend gevaar zich in de
diepte des waters te storten. Den walvisch kan hij niet
aanvallen; toch wacht 5 hij begeerig op het verbazende 6
lichaam 7 in den dooden toestand, wanneer hetzelve hem voor 8
langen tijd eenen kostelijken maaltijd 9 verschaft 10; hij ruikt 11
het op 12 eenen grooten afstand. — De geschiedenis der
noordpoolreizeu 13 en van de walvischvangst 14 is rijk aan
verhalen 15 van gevaarlijke en ongelukkige ontmoetingen 16
met ijsbeeren; want, daar hij somtijds weken lang zonder
voedsel moet doorbrengen 17 worden de menschen door hem
in zijnen woedenden honger met buitengewone vermetelheid 18
aangevallen.
1.3ïaub, m.
2. jfattipf, m.
3. ©chicffal, n.
4. /put, f.
5. harren, (2).
6. ungeheuer.
7. j?örper, m.
8. auf.
9. sOIahl, n.
10. gewähren.
11. mittern.
12. in.
52.
13. aiorbpol?
reife, f.
14. OBaaftfch?
fang, m.
15. grjäh?
lung.
16. 3ufammen?
treffen.
17. jubringen.
18. 33ermegen?
heit.
V e r v o 1 g.
Toen 13arendz en Heemskerk in het jaar vijftien honderd zes
en negentig, gedurende de ontdekkingsreis tot opzoeking 1
eener noordelijke doorvaart 2, bij een eiland in de nabij-
heid der straat Waaigat voor anker lagen, gingen twee ma-