Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
350.
bijzonder 15 daartoe ingericbte 16 molens 17 de boonen van
het vleesch afgezonderd 18, dan op nieuw gedroogd en in
eenen anderen molen van de schil bevrijd.
17. gjiühlc, f. 18. abfonbcrn.
49. Vervolg en slot.
De Hollanders brachten den koffieboom in de zeventiende
eeuw 1 naar Java en hweeUenl denzelven daar aan van
waar hij verder verbreid en ook naar West-Indië en Zuid-
Amerika verplant werd. In Arabië bediende men zich van
de koffie reeds sedert langen tijd als dranlcZ. In 1652 werd
te Londen door eenen Griek een koffiehuis ingericht en in
1669 wees 4 een Turksch afgezant den Parijzenaren 5 het
gebruik 6 van de koffie, waarop sedert zestien honderd een
en zeventig aldaar 7 en te gelijkertijd te Marseille koffiehuizen
ontstonden. In de meeste overige landen van Europa leerde
men dezelve eerst in de achttiende eeuw kennen, en nu is
het gebruik in Europa zoo algemeen, dat in het jaar acht-
tien honderd vijf en dertig de invoer 8 der koffie in Europa
twee honderd zeveiitien millioenen pond bedroeg,
1. 3. jum 5. sparlfer. 7. bafcltfï.
bert, n. tranf. 6. ©ebrauch, 8. (Einfuhr, f.
2. ausbauen. 4. jcigcn. m.
50. 1) e IJ s b e e r.
De IJsbeer 1 is het vreeselijkste 2 viervoetige dier der pool.
landen. Deze vermetele 3 tiran en beheerscher der klippen
en sneeuwvelden 4 van het noorden, die zonder onderscheid
alle viervoetige dieren, vogelen, kruipende dieren en visschen
vervolgt 5, vereenigt in zich de sterkte van den landbeer met
de ontembare 6 woede 7 der hyena 8. Een ruig 9 omhulsel 10
van wit, lang, zacht 11 haar en eene groote massa vet 12
stelt 13 hem in staat den winter in het ruwe 14 noordelijke
1. giébar. 4. ©d;nee3cf)l? 6. unjahmbar. 10. .^üllc, f.
2. furd;(bar. be, n. 7. ©rimmigfeit. 11. rceich.
3. öcrroegcn. 5. nachftelfen, 8. .^päne, f. 12. gettmafc, f.
(3). 9. jottig. 13. fc^en.