Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
349.
dan bij den hond. Even zoo buitengewoon is de onderwerping 15
en zachtmoedigheid 16 van den getemden olifant.
47. De Koffieboom.
De koffieboom bereikt eene hoogte van twaalf tot achttien
voet; men laat hem echter zelden boven 1 zeven voet hoog
wordeji, maar snijdt er in het derde jaar de kroon af, opdat
de takken 2 zich beter uitbreiden eji meer kracht krijgen 3.
In Arabië, het vaderland van den koffieboom, vindt men echter
hooge boomen van dezelve. De stam wordt anders slechts
eenige duimen 4 dik en is met dunne tegenover elkander staande
takken bezet, van welke de onderste de langste zijn, en die
naar boven trapsgewijze 5 afnemen en daardoor den boom een
kegelvormig 6 aanzien geven. De bladeren zijn altijd groen
en gelijJcen naar 8 de laurierbladeren 7. Uit de hoeken 9 der
bladeren komen witte, jasmijnachtige 10 bloemen voort, welke
eenen aangenamen reuk 11 hebben.
1.über. 4. Joll, (e«- 6. fcgelfcrmig. 9. Söinfcl, m.
2. ^raeig, m. Mv.) 7. £orbecrbIatt,n. lO.jaéminartig.
3. er^altcn. 5. fiufcnrocifc. 8. ahnlid;fcin,(3). 11. ©cruch/ m.
48. Vervolg.
De boom bloeit driemaal des jaars, in 1 Maart 2, April en
Mei 3, en heeft derhalve rijpe en onrijpe vruchten te gelijk.
De vruchten, die zich uit de bloesems ontwikkelen, zijn aan-
vankelijk 4 groen, worden echter daarna rood, ongeveer als
onze kersen, naar 6 welke zij ook in 5 gedaante en grootte
gelijken 6. Zij bevatten onder een walgelijk 7 zoet smakend
vleesch twee harde zaadkernen 8, welke aan den kant, waar
zij aan elkander liggen, plat 9 en met eene reet 10 getee-
kend 11 zijn en boonen genoemd worden. Deze boonen zijn
nog van eene dunne geelachtige 12 schil 13 omgeven. Deoogstl4
der vruchten begint met December en duurt tot in Februari.
De vruchten worden hierop in de zon gedroogd en in
l.im. 5. an. 9. platt. 13. .Ê>ütfe, f.
2. Sölarj. 6. gkichcn, (3). 10. gurdje, f. 14. grnte, f.
3. sSïat. 7. raiberlich. 11. bcs«id)n«n. 15. befonbcré.
4. anfangé. 8. eamcnfcrn,m. 12. gclblich. 16. cinrichtcn.