Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
346.
gen 17. Xerxes was verbaasd 18, toen hij dit klein hoopje
zich tegen zijn verscheidene honderd duizenden sterk leger
zag verzetten 20, en beval hem, in het vertrouwen op zijne
overmacht 21, de wapenen over te geven 22.
18. erfiaunen. genllcHcn, 22. übergeben.
19. .^aufiein, (3). {onscheid-
n. 21.Ueber? iaar).
20. fich cntge? mac(;t, f.
15. Surch?
gang, m.
16. oermehren.
17. einbringen.
42. Vervolg en slot.
„Kom en neem ze" was het korte antwoord 1 van Leonidas.
Lang waren alle aanvallen 2 der Perzen vruchteloos, tot een
verraderlijke 3 Griek den Perzen eenen weg over het gebergte
westelijk van den pas, aanwees 4, door welken deze den
Grieken in den rug 5 vielen. Er bleef nu niets anders over (>,
dan te wijken of te sterven. Leonidas wilde echter zijn ge-
heele leger niet opofferen 7, hij zond 8 derhalve 9 alle overige
Grieken weg 8 en behield, behalve zijne drie honderd Spar-
tanen, nog een duizend een honderd man bij zich.
De kloekmoedigheid 10 en dapperheid van het kleine hoopje
veroorzaakte den Perzen groot verlies 11, tot Leonidas door
vele wonden doorboord, nederzonk. Viermaal beproefden 12
het de Perzen zijn lijk 13 te nemen, en viermaal werden
zij door de dappere Spartanen teruggeslagen, die den onge-
lijken strijd 14 zoo lang voortzetteden, tot slechts een enkele
van hen nog over was, die de tijding 15 van het treurig
lot 16 zijner landslieden naar Sparta bracht.
1. Slntmort, f. 5. Kücfen, m. 9. baher.
2. Eingriff, m. 6. nichté meiter 10. gntfchlof?
3. oerrathe?
rifch.
4. jeigen.
übrig.
7. aufopfern.
8. fortfchiden.
fenheit.
11.5Jerlu(ï, m,
12. perfuchen.
13. 8eichnam,m.
14. fampf, m.
15.ÜRachrtcht,f.
16. @chicffal,n.
43. De Olifant.
De olifanten zijn de reuzen 1 der landdieren en leven in de
heete luchtstreek der oude wereld. De Aziatische olifant wordt
gemakkelijk getemd 2 en is voornamelijk in Indië een huisdier
geworden, waar men hem niet alleen gebruikt om te trekken 3