Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
344.
waarbij ziju scherpe reuk 4 het zoo zeker geleidt 5, dat het
altijd zulke plaatsen 6 kiest, waar dit mos staat; en dit ge-
was 7, hetwelk de Voorzienigheid 8 zoo rijkelijk over de aan
andere planten arme poollanden 9 verspreid 10 heeft, is zeer
voedzaam 11. De rendieren behooren tot het hertengeslacht 12,
zijn eigenlijk wild, doch gewennen zich zeer gemakkelijk aan
de menschen, en deze krijgen 13 van hen alles, wat wij van
ons rundvee 14, onze paarden en schapen krijgen, en zij zien
bijna al hunne behoeften 15 door deze dieren bevredigd,
zonder dat het noodig is voor het onderhoud 16 derzelve de
geringste zorg te drage7i.
1. befonbcré. 4. ©crud). 9- pofarlanbcr. 13. erhalten.
2.9lcnnt[)kr? 5. leiten, m. 10. oerbreiten. 14. Siinboieh, u-
mooé. 6. ©teHe. 11. nahrhaft. 15. SBebürfnig.
3. heroorfrat? 7. öemadjé. 12. 16. (Erhaltung,
jen. 8. Vorfehung. fd)lec^t.
39. Vervolff en slot.
Het rendier loopt zeer snel, en kan met een geringen last
en eene lichte slede op eenen gunstigen weg in een uur twee
tot vier mijlen afleggen 1 en in eenen dag loopt het twintig
tot 2 dertig mijlen. Deze dieren geven eene zeer vette melk
en hun vleesch heeft een aangenamen smaak 3. Uit hunne
huid maken de bewoners der koude luchtstreek 4 hunne
kleederen, schoenen, tenten 5, beddedekens 6 en andere
dingen. Uit hunne horens weten zij allerlei huisraad 7 te
maken, uit de beenderen messen, lepels en naalden, en uit
de darmen 8 en pezeji 9 sterk garen 10 en touwen 11. De
klauwen 12 worden tot drinkschalen 13, en de blazen 14 tot
beurzen en flesschen gebruikt. Is het niet eene bewonderens-
waardige beschikking 15 Gods, dat een enkel 16 dier alle
behoeften des menschen bevredigt ?
1. jurücfiegen. 5. Jeit. 10. Jioirn, m. 14. Blafe.
2. bió. 6.q5ettbede. 11. ©trich, m. 15. SJnorbnung.
3. ©cfdjmacf, m. 7. ©erathe, pl. 12. j?Iaue. 16. einjig.
4. 3one, f. (£rb? 8. Darm. IS.Srlnfge?
Itrid;, m. 9. ©e^ne, f. fchirr.